Energie, klimaat en milieu in het Regeerakkoord

Hoe duurzaam is het regeerakkoord van de combinatie CDA/VVD?

  • Nederland schroeft haar ambitie voor een duurzame energievoorziening terug naar 20% CO2-reductie en 14% duurzame energie in 2020. In het programma Schoon en Zuinig van het huidige kabinet is dit nog 30% respectievelijk 20%.
  • De doelstelling van CO2-reductie wordt deels behaald door het bouwen van nieuwe kerncentrales. Het besluit over CO2-opslag komt aan de orde na vergunningsverlening voor een nieuwe kerncentrale.
  • Het kabinet beoogt een ‘Green Deal’, maar geeft niet aan hoe zij dit groen economische herstelplan zal uitwerken. Niet aangegeven is hoe de beoogde energiebesparingsprogramma’s succesvol worden gerealiseerd.
  • De SDE wordt omgevormd tot een SDE+, waarvan de financiering plaatsvindt door een opslag op de energierekening. Dit wordt geen regeling met een open einde.
  • Agentschap NL wordt ingekrompen, omdat (naar het oordeel van deze coalitie) veel subsidies niet effectief zijn. Deze subsidies zullen dus worden geschrapt.
  • De energietransitie wordt internationaal bevorderd door inzet voor CO2-efficientienorm voor elektriciteitscentrales (is reeds door de EU voorgesteld).
  • Er komt geen kilometerheffing, alleen een accijnsverhoging. Er wordt 500 miljoen extra geïnvesteerd in wegen en spoor. De maximumsnelheid gaat omhoog naar 130 km/u.
  • De fiscale stimulering van milieuvriendelijke auto’s wordt voortgezet en toegespitst op absolute milieuprestaties.
  • Een verplicht aandeel duurzame energie voor energiebedrijven komt pas in 2014 aan de orde.
  • Bedrijvenclusters zoals de Greenports worden maximaal gefaciliteerd. Op welke wijze dat gebeurt, is niet beschreven.
  • De verwijderingsbijdrage voor witgoed verdwijnt ook in 2011.

Wat gebeurt er met de SDE?

Zowel de MEP als de SDE zijn exploitatiesubsidies. De overheid ging hiermee verplichtingen aan voor meerdere jaren. Deze verplichtingen moeten als uitgaven op de rijksbegroting gereserveerd blijven.

De SDE stopt per 1 januari 2011 en wordt omgevormd tot een SDE+-regeling. De reeds aangegane verplichtingen worden uit de algemene middelen gefinancierd. Deze verplichtingen lopen af naar € 0 in 2029. Op de huidige EZ begroting staat voor de SDE en de MEP voor de jaren 2012- 2015 een cumulatief bedrag van 4,2 miljard euro aan kasuitgaven gereserveerd.

De toekomstige uitgaven en ontvangsten worden met elkaar in balans gebracht en geregeld via de SDE+. De ontvangsten zijn de inkomsten uit de opslag op de energierekening en de mogelijke kolen- en gasbelasting. De opslag op de energierekening wordt op dezelfde manier verdeeld als de energiebelasting. De totale uitgaven voor de MEP/SDE en SDE+ bedragen in 2015 en verder niet meer dan 1,4 miljard per jaar.

Uit de cijfers van het financiële kader kan worden geconcludeerd, dat het regeerakkoord insteekt op een groei van 100 miljoen euro per jaar aan SDE+-verplichtingen in de jaren 2013, 2014 en 2015.

Ter vergelijking: het SDE budget voor 2010 was € 2,126 miljard exclusief het budget voor Wind op zee. Het totale budget inclusief Wind op zee was € 7,426 miljard. Als we dit bedrag uitsmeren over 15 jaar (niet helemaal correct, energieprijsstijging niet verdisconteerd), komen we op 493 miljoen euro per jaar.

De conclusie kan niet anders zijn dat de komende jaren niet op dezelfde schaal wordt geïnvesteerd als in de vorige jaren, maar dat er (fors) minder geïnvesteerd in nieuw vermogen aan duurzame energie.

Hoe staat Nederland ervoor op het gebied van duurzaamheid?

1         Het Kabinet Balkenende IV heeft haar ambities voor energie en klimaat uitgewerkt in het werkprogramma Schoon en Zuinig (2007). De horizon van dit programma is 2020. In dat jaar moet de uitstoot van broeikasgassen gereduceerd zijn met 30% ten opzichte van 1990, het aandeel hernieuwbare energie 20% bedragen en een energiebesparingstempo van 2% per jaar zijn gerealiseerd. De plannen van het kabinet zijn niet toereikend om de doelstellingen in 2020 te halen. Meerdere keren is erop gewezen (ECN) dat aanvullend beleid nodig is. Daarnaast is een deel van de verwachte resultaten gebaseerd op voorgenomen – geen vastgesteld (!) – beleid, waarvan nu blijkt dat het volgende kabinet deze beleidsvoornemens niet overneemt.

2         Het aandeel duurzame energie bedroeg in 2009 ongeveer 4% van het binnenlands energieverbruik (CBS) en betrof vooral biomassa en windenergie. Ter vergelijking: in Duitsland was het aandeel duurzame energie in 2009 ongeveer 10%. Eurostat bracht op 13 juli 2010 de laatste gegevens naar buiten over 2008. Het gemiddelde aandeel duurzame energie in Europa was in 2008 10,3% in de 27 EU-landen. Nederland behoort tot de hekkesluiters; met slechts 3,2% staat ze op de 24e plaats. Zweden staat op de eerste plek met 44,4% duurzame energie.

3         Nederland was importeur van elektriciteit, maar wordt exporteur. De komende jaren worden minstens drie kolencentrales (3500 MW) en zeven nieuwe gascentrales (STEG; 6000 MW) gebouwd. Omdat de elektriciteitssector onder het Europese emissiehandelssysteem valt, telt de extra uitstoot van broeikasgassen niet mee voor de nationale emissiedoelstellingen. Sterker nog, de bouw van deze centrales heeft een positief gevolg voor Nederland, omdat de nieuwe centrales schoner zijn dan de oude. Een tegengesteld effect dus.

4         Onlangs concludeerde het adviesbureau The Boston Consulting Group dat het Nederlandse investeringsklimaat voor duurzame energie een van de slechtste van Europa is.

Reageren kan op deze pagina of op www.twitter.com/HenriBontenbal

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: