Salderen, terugleveren, zelfleveren

Gisteravond (3 mei 2011) werd in het tv-programma Tros Radar aandacht geschonken aan zonne-energie. Centraal stond de vraag: waarom wil zonne-energie in Nederland maar niet doorbreken en bij onze buren wel? Sommige uitspraken in de uitzending kunnen echter tot verwarring leiden, vandaar enige opheldering in deze blog.

Het is goed om eerst de begrippen salderen, terugleveren en zelfleveren uit te leggen, voordat ik inga op de uitzending van Tros Radar.

Terugleveren van energie aan het elektriciteitsnet

Door de groei van decentrale energieopwekking worden energieverbruikers ook energieproducenten. Omdat de energievraag van de verbruiker zelden in de pas loopt met de energieproductie, is sprake van afname en teruglevering van elektriciteit op het elektriciteitsnet. Het elektriciteitsnet wordt dus als een buffer gebruikt. In de toekomst wordt het elektriciteitsnet en de flexibiliteit daarvan van groot belang (‘smart grids’, inpassing duurzame energieproductie, energieopslag).

Energieverbruikers kunnen elektriciteit produceren door bijvoorbeeld zonnepanelen of een HRe-ketel te installeren. Een deel van deze zelfgeproduceerde elektriciteit kan direct door de verbruiker worden benut. De elektriciteitsmeter registreert dit directe verbruik niet. Bijvoorbeeld: op het moment dat de zon schijnt, zal een deel van de opgewekte elektriciteit direct worden benut voor computers, koelkasten, verlichting, etc in de woning of het pand. Deze elektriciteit hoeft niet aan het elektriciteitsnet te worden teruggeleverd. Als er een overschot aan elektriciteit is (productie groter dan verbruik), dan wordt deze elektriciteit aan het net teruggeleverd.

Salderen en terugleververgoeding

In de Elektriciteitswet staat dat energieleveranciers verplicht zijn kleinverbruikers te salderen. (Een kleinverbruiker is een verbruiker met een aansluitcapaciteit van 3x80A of lager. Dit is een belangrijk punt, want salderen geldt dus alleen voor kleinverbruikers, niet voor grootverbruikers.)

Salderen betekent dat de energieleverancier verplicht is tot de salderingsgrens de aan het net geleverde elektriciteit in mindering te brengen op het verbruik. Dit is inclusief energiebelasting en BTW, dus daarin zit het voordeel. De wettelijke salderingsgrens lag op 3.000 kWh per jaar, maar de meeste leveranciers hanteerden een grens van 5.000 kWh. De Tweede en Eerste Kamer hebben inmiddels een wetsvoorstel aangenomen dat de wettelijke salderingsgrens naar 5.000 kWh opschroeft.

Wordt er meer dan de salderingsgrens teruggeleverd aan het elektriciteitsnet, dan ontvangt de gebruiker een terugleververgoeding. Dit moet een redelijke vergoeding zijn, minstens 70% van de commodityprijs. De hoogste terugleververgoeding is te krijgen bij Greenchoice (9 cent per kWh). Ook wanneer er meer energie wordt teruggeleverd dan er jaarlijks wordt verbruikt, wordt over het verschil de terugleververgoeding ontvangen. (NB: Greenchoice geeft als enige energieleverancier ook bij netto teruglevering aan het net de ruime vergoeding incl. Energiebelasting en BTW, tot aan de salderingsgrens.)

De energieleverancier is dus verplicht de hoeveelheid opgewekte en aan het net teruggeleverde elektriciteit in mindering te brengen op het jaarlijks elektriciteitsverbruik. Dat kan niet onbeperkt, maar tot de salderingsgrens. Dat betekent dat als een kleinverbruiker 8.000 kWh per jaar verbruikt en 6.000 kWh teruglevert aan het elektriciteitsnet, slechts 3.000 kWh in rekening wordt gebracht. Voor de overgebleven 1.000 kWh ontvangt de gebruiker de terugleververgoeding.

Er worden op dit moment diverse voorstellen gedaan om de salderinggrens (opnieuw) te verhogen of helemaal te verwijderen. Daar is veel voor te zeggen. Gebruikers betalen immers al vastrecht voor het gebruik van het netwerk. Er is dus weinig reden om het salderen te beperken. Sterker nog: de duurzame energietransitie vraagt om onbeperkte saldering voor klein- en grootverbruikers. De kosten voor het gebruik van het elektriciteitsnet en de inpassing van decentrale duurzame energieopwekking daarin moet niet door een beperkte saldering, maar op een andere wijze gefinancierd worden.

Zelflevering

Een andere constructie is zelflevering. Dat betekent dat een gebruiker investeert in bijvoorbeeld zonnepanelen of een windturbine op een andere plek dan de eigen woning of pand (‘voor de meter’), en de elektriciteit daarvan voor zichzelf gebruikt, zonder energiebelasting en BTW te betalen. Zelflevering is vooral een administratieve constructie. Wettelijk is dit nog niet mogelijk, maar er is een aantal pilots geweest (o.a. door De Windvogel en Eneco). Diederik Samson (PvdA) werkt aan een wetsvoorstel om zelflevering mogelijk te maken. Het is sterk de vraag of dit voorstel het haalt, want zelflevering toestaan kost de overheid (veel) geld. Aan de andere kant: als zelflevering wettelijk wordt toegestaan explodeert de markt voor zonnepanelen in Nederland (verwacht ik).

Reactie op uitzending Tros Radar

Nu een korte reactie op een aantal punten uit de uitzending van Tros Radar.

  • Het probleem van agrariër Jan van Dijk is, dat hij aanloopt tegen de salderingsgrens. Hij zou van het probleem af zijn, als deze salderingsgrens (sterk) wordt verhoogd. Jan van Dijk is het perfecte voorbeeld van een enthousiaste koploper die door de overheid en de energiebedrijven wordt belemmerd te werken aan een duurzame bedrijfsvoering. (Hoezo Green Deal? Dit probleem is al veel langer bekend en er is niets aan gedaan.)
  • Het probleem van het echtpaar Gerda en Rein Koudijs is niet helder weergegeven. Het lijkt erop dat het probleem in dit geval NUON heet. Zoals Marjan Minnesma al tijdens de uitzending corrigeert, hoort dit echtpaar gewoon de teruggeleverde elektriciteit gesaldeerd te krijgen. Het zou kunnen dat dit ongemerkt toch is gebeurd, maar waarschijnlijker is dat dit echtpaar de zonnepanelen niet officieel heeft aangemeld. Het zou kunnen zijn, dat het probleem pas is ontstaan na de plaatsing van de nieuwe meter. Het probleem doet zich bij een oude terugdraaimeter immers niet voor. Het zou netjes geweest zijn van Tros Radar als ze NUON om een reactie hadden gevraagd (‘hoor en wederhoor’). Echter, het is bekend dat het toepassen van de salderingsregel door NUON niet altijd correct wordt toegepast (eufemisme!), getuige ook de diverse fora op internet. Overigens: de mensen van de klantenservice van de grotere energiebedrijven weten zelden hoe salderen en terugleveren werkt.
  • Antoinette Hertsenberg heeft het halverwege de uitzending over ‘zonnecollectoren’. Dat is verwarrend. Zonnecollectoren leveren warm water, zonnepanelen leveren elektriciteit.
  • In de uitzending wordt een pleidooi gevoerd voor een feed-in systeem zoals in Duitsland. In een vorige blog heb ik de argumenten om wel/niet voor een dergelijk systeem te kiezen beschreven. Het feed-in systeem wordt vaak als ‘de oplossing’ gepresenteerd, maar ook dit subsidiesysteem heeft nadelen. De perikelen rond zonne-energie in Spanje zijn daarvan een illustratie.
  • Milieugeoloog dr. Maarten Wolsink zegt over de nieuwe SDE+-regeling: “Zonnepanelen vallen er niet onder, want die zijn gewoon nog duur.” Dit is niet helemaal correct. In de SDE+ is er in de vrije categorie ruimte om subsidie aan te vragen voor systemen groter dan 15 kWp. Een toelichting op de SDE+ van mijn hand vind je hier. Wat hij bedoelt, is dat consumenten binnen de SDE+ geen subsidie kunnen krijgen van de Rijksoverheid voor zonnepanelen. Dat is correct. In de SDE (voorganger van de SDE+) kon dat nog wel. De systematiek van een exploitatiesubsidie zorgt voor veel administratie en dat maakt de subsdie van zonnepanelen voor consumenten duur voor de overheid. Een eenvoudige investeringssubsidie zou dit probleem verhelpen.
  • Maarten Wolsink zegt ook over de SDE-opslag: “Huishoudens gaan duurzame energie bij bedrijven subsidiëren.” Hier kun je lang over discussiëren. De achtergrond is de volgende. De tarieven van de energiebelasting die de overheid over energie heft, zijn zodanig dat de helft van de energiebelasting door de burgers en de helft door bedrijven wordt betaald. Dat is een politieke keuze. De vraag is uiteraard of dit eerlijk is. Wel moet beseft worden dat er een correlatie is tussen de andere belastingen die bedrijven betalen (bijv. vennootschapsbelasting) en de energiebelasting. Naar mijn mening zou de energiebelasting voor bedrijven (fors) omhoog moeten, wat weer gecorrigeerd kan worden door het verlagen van andere belastingen. Deze discussie betreft de vergroening van het belastingstelsel. Bij de invoering van de SDE-opslag is ervoor gekozen dezelfde verhouding toe te passen als bij de verdeling van de energiebelasting: fifty-fifty. Consumenten betalen dus inderdaad mee aan de opwekking van duurzame energie in de SDE+-regeling, net zoals zij dat op veel andere terreinen (gezondheidszorg, wegen, etc) ook moeten. Zij kunnen hier echter ook weer (deels) van profiteren door de prijs van groene stroom. Het voordeel van de SDE-opslag is, dat deze wordt gekoppeld aan het verbruik. Zuinige consumenten betalen dus weinig mee aan de SDE+.

De reactie van Herman Wijffels was overigens (opnieuw) glashelder. “Het beleid van de overheid heeft eerder frustrerend dan bevorderend gewerkt.” Hij schetst terecht dat de ‘oude spelers’ en de overheid niet graag zien dat burgers zelf energie gaan opwekken. De gevestigde belangen zijn te groot. De overheid en de grote energiebedrijven verhinderen zo de ‘empowerment of the people’.

Antoinette Hertsenberg geeft aan het eind van de uitzending de juiste conclusie: “Weg met het woud van regeltjes.”

Overigens de complimenten aan de redactie van Tros Radar voor het agenderen van dit onderwerp!

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: