Is de SDE+ 2011 een succes? (deel 2)

Vorige week maakte AgentschapNL bekend wat er in de eerste dagen van juli is aangevraagd bij de openstelling van de stimuleringsregeling SDE+. Het bericht biedt voldoende informatie om de uitslag van de SDE+ op hoofdlijnen weer te geven en een voorzichtig antwoord te geven op de vraag of de SDE+ een succes is.

Samenvatting

AgentschapNL rapporteert twee tussenstanden: 1 juli en 12 juli. Op 12 juli is er voor iets meer dan 1,5 miljard euro aan subsidie aangevraagd. Het beschikbare budget is 1,5 miljard euro aan beschikkingen. Het beschikbare budget was oorspronkelijk gelijk verdeeld over de categorieën hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbaar gas (750 miljoen euro per categorie). Van de aangevraagde 1,5 miljard euro is een derde aangevraagd voor hernieuwbare elektriciteit en tweederde voor hernieuwbaar gas.

De minister heeft aangegeven een wijzigingsregeling te publiceren als één van de categorieën eerder is overtekend dan de andere, waarmee het resterend budget wordt herverdeeld. Op 12 juli heeft de minister besloten hiervan gebruik te maken en het budget voor hernieuwbare elektriciteit te verlagen van 750 naar 500 miljoen euro. Deze wijziging heeft alleen betrekking op aanvragen die nog ingediend worden. Op 12 juli was voor 480 miljoen euro in de categorie hernieuwbare elektriciteit aangevraagd en dit betekent dat in deze categorie nog steeds subsidieaanvragen kunnen worden ingediend tot 31 augustus (beschikbaar budget nog 20 miljoen euro). Het betekent ook dat de SDE+ op 12 juli zo goed als benut is en de uitslag van de SDE+ 2011 op hoofdlijnen bekend is.

  1. Circa 60% van het beschikbare budget gaat naar de groen gas categorie ‘allesvergisting’ en ‘allesvergisting hub’. Onder allesvergisting wordt het vergisten van biomassastromen als GFT, glycerine, vetzuren en drinkwaterbereidingsslib verstaan. Het ruwe biogas wordt lokaal of centraal door middel van een groen gas hub opgewaardeerd tot hernieuwbaar gas van aardgaskwaliteit. Het budget is aangevraagd voor 23 projecten.
  2. Circa 10% van het budget gaat naar de hernieuwbare elektriciteit categorie ‘allesvergisting’. Dat betekent dat uit het ruwe biogas hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd. Allesvergisting in beide categorieën is dus de kampioen van de SDE+ 2011.
  3. Windenergie op land maakt aanspraak op circa 9% van het budget, covergisting mest (groen gas) circa 7%, afvalverbranding circa 6%, thermische conversie van biomassa circa 5% en zon-pv circa 2%.
  4. Circa 89% van het aangevraagde budget is ingediend in een vrije categorie. Dat betekent dat deze projecten genoegen nemen met minder subsidie dan door ECN en KEMA is becijferd. Dit werpt de vraag op of de basisbedragen zoals die berekend zijn door ECN en KEMA correct zijn.
  5. Het gemiddelde aangevraagde vermogen in de categorie Zon-PV is circa 78 kWp. Voor een zonnestroominstallatie met een vermogen groter dan 55 kWp is een aansluiting op het elektriciteitsnet nodig groter dan 3x80A. Dat betekent dat voor dergelijke grote systemen een grootverbruikersaansluiting nodig is, waarvoor andere regels gelden dan voor kleinverbruikers. Binnen de huidige regelgeving, fiscale voordelen, energiebelasting en elektriciteitstarieven is het niet goed denkbaar hoe dergelijke grote systemen met de kleine bijdrage uit de SDE+ rendabel zouden kunnen zijn.

Succes of niet?

Het is nog erg prematuur om van een succes van de SDE+ te spreken. In beperkte zin is de SDE+ een succes, namelijk als men alleen kijkt naar de hoogte van de subsidiebudgetten voor het aangevraagde vermogen en deze vergelijkt met de voorganger van de SDE+, de SDE. Inderdaad, per euro aangevraagde subsidie worden meer hernieuwbare kWh’tjes geproduceerd. Het volgende mag echter niet vergeten worden:

  1. De projecten die zijn ingediend, zijn nog niet gerealiseerd. Spannende vraag is dus hoeveel van de ingediende projecten daadwerkelijk gerealiseerd gaat worden. De categorie zon-PV is een goed voorbeeld. Grote projecten boven de 55 kWp zijn zelden rendabel te exploiteren. Het is dan ook de vraag of, hoe en wanneer deze projecten worden gerealiseerd. Het project moet binnen drie jaar gerealiseerd zijn. Zou het kunnen dat de aanvrager wacht op dalende prijzen van zonnepanelen en pas over 2,5 jaar zonnepanelen aanschaft? Geen gek idee, want de prijzen zouden zo maar eens met 25% of meer gedaald kunnen zijn. De SDE+ heeft hetzelfde minpunt als de SDE: 1) er is geen verplichting de projecten te realiseren; en 2) het basisbedrag is niet afhankelijk van het tijdstip van realisatie. Het eerste punt zorgt ervoor dat toegekend budget onbenut, maar wel gereserveerd blijft. Dit budget kan niet worden ingezet voor duurzame energie. Het tweede punt kan ervoor zorgen dat projecten teveel subsidie krijgen, hoewel dat in het geval van aanvragen in de vrije categorie (zoals zon-PV > 55 kWp) niet erg voor de hand ligt. Het is dus niet ondenkbaar – ook met de resultaten van de SDE 2008, 2009, 2010 in ons achterhoofd – dat een deel van de projecten niet gerealiseerd wordt, vanwege een onhaalbare businesscase of vergunningen die niet worden uitgegeven (bijvoorbeeld bij groen gasproductie-installaties).
  2. Per energietechniek wordt een maximaal aantal vollasturen voorgeschreven. Logischerwijze wordt voor elk project dit maximum aangevraagd. In de praktijk zal dit aantal vollasturen niet altijd gehaald worden. Nemen we zonne-energie opnieuw als voorbeeld. Om geen dief van de eigen portemonnee te zijn, vraagt de indiener voor 1.000 vollasturen aan. In de praktijk kan de opbrengst echter neerkomen op 900 vollasturen. Dat betekent dat 10% van het budget niet benut wordt, maar wel is gereserveerd. De conclusie is dus dat deze systematiek ervoor zorgt dat er altijd een deel niet benut zal worden. Is dit ongeveer 10%?
  3. In het nieuwsbericht van AgentschapNL wordt het aangevraagde budget per categorie weergegeven. In dit budget is echter de energieprijsstijging niet meegenomen. Het budget wordt vastgesteld door het aangevraagde vermogen te vermenigvuldigen met het aantal vollasturen, de subsidieperiode en het verschil tussen basisbedrag en correctiebedrag. Nemen we zonne-energie opnieuw als voorbeeld. In de vrije categorie in de eerste fase wordt een basisbedrag gehanteerd van 9 cent per kWh. Het correctiebedrag voor 2011 is vastgesteld op 4,6 cent per kWh. Met 1.000 vollasturen, een looptijd van 15 jaar en een aangevraagd vermogen van 49 MW komt het gereserveerde budget uit op 32,3 miljoen euro. Het correctiebedrag correspondeert echter met een gemiddelde elektriciteitsprijs die de subsidieaanvrager krijgt bij het verkopen van de geproduceerde elektriciteit aan het energiebedrijf, zo is de gedachte. De elektriciteitsprijzen stijgen echter en dus ook het correctiebedrag. Wanneer we uitgaan van een gemiddelde stijging van 3% per jaar, dan komt het gemiddelde correctiebedrag over 15 jaar uit op 5,78 cent per kWh. Het totale budget komt dan uit op 23,7 miljoen euro. De overheid houdt in dat geval dus bijna 27% over van het gereserveerde budget.
  4. De systematiek van basisbedragen en correctiebedragen werkt niet voor projecten waarin duurzame energie wordt opgewekt op een gebouw, zoals bij zonnepanelen. In dat geval is een correctiebedrag niet van toepassing. Als een zonnestroominstallatie van 20 kWp wordt geïnstalleerd op een dak van een pand met een kleinverbruikersaansluiting, dan is er sprake van verplichte teruglevering en saldering van elektriciteit. In specifieke situaties zou een dergelijk systeem een terugverdientijd van minder dan 10 jaar kunnen hebben, waardoor de benutting van de SDE+ alsnog een vorm van oversubsidiering is.

Kortom: het is de vraag hoeveel projecten daadwerkelijk gerealiseerd gaan worden en hoeveel budget uiteindelijk zal worden ingezet voor de opwekking van duurzame energie. Nederland doet het in Europa op het gebied van duurzame energie slecht en het is helaas de vraag of de SDE+ daar verandering in brengt.


Bronnen

Het nieuwsbericht van AgentschapNL: http://bit.ly/plTGbT

Informatie over de SDE+: http://bit.ly/ixVdeY

Officiële bekendmakingen SDE+: http://bit.ly/qHVW1y

Basisbedragen SDE+: http://bit.ly/oaf0Ff

Blog ‘Laat de markt bepalen hoeveel subsidie zij nodig heeft!’: http://bit.ly/mbNcNQ
(De systematiek die hierin wordt voorgesteld zou op vergelijkbare manier kunnen worden gebruikt voor een verbetering van de SDE+ naar een SDE++.)

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: