Decentrale energievoorziening en duurzame wetgeving (deel 1)

De huidige wetgeving voor energie en energiebelasting is een belemmering voor de transitie naar decentrale, duurzame energiebronnen. Op deze weblog is daar al een aantal keer op gewezen. Moeilijker dan het aanwijzen van de knelpunten, is een voorstel doen hoe het anders moet. In een aantal blogs doe ik een poging de contouren te schetsen van wetgeving die de transitie naar duurzame, decentrale energievoorziening kan bespoedigen.

In deze blog zal ik me beperken tot elektriciteit, in de hoop dat de ideeën ook toepasbaar zijn voor de andere energiedragers (gas, warmte, koude, etc). Daarnaast gaat het onderstaande (voorlopig) alleen op voor kleinverbruikers.

Maatregel 1: verwijder de salderingsclausule uit de Elektriciteitswet

In een aantal vorige blogs heb ik geschreven dat het toestaan van ‘zelflevering’ of ‘coproductie elektriciteit’ geen begaanbare weg is, evenmin als het steeds maar ophogen van de wettelijke salderingsgrens. Om meteen met het laatste te beginnen: de salderingsgrens zou naar mijn mening niet opgehoogd, maar eerder afgeschaft moeten worden. Waarom? Onbeperkt salderen is nu al mogelijk, zoals ik eerder heb geschreven. Sommige energieleveranciers doen dit inmiddels ook. Andere nog niet. In dit verschil zit de crux: in een geliberaliseerde energiemarkt bepalen energieleveranciers voor een belangrijk deel zelf de voorwaarden, prijs en terugleververgoeding. Consumenten en bedrijven moeten eenvoudig kunnen overstappen naar een andere energieleverancier met betere voorwaarden. Producenten van duurzame energie kiezen voor de energieleverancier met de beste voorwaarden.

De wetgeving voor het verplicht salderen is bedoeld om lokale productie van hernieuwbare elektriciteit te stimuleren. Inmiddels is de markt er klaar voor om dit voorrecht weer te schrappen. De lezer moet immers bedenken dat salderingsregeling niet gratis is. Elke energieleverancier heeft programmaverantwoordelijkheid. Dat betekent dat de energieleverancier zorg moet dragen voor een juiste afstemming tussen vraag en aanbod. Omdat beide nooit precies in evenwicht zijn, moet de energieleverancier kosten maken (extra capaciteit inkopen) om dit evenwicht toch voor elkaar te krijgen. Deze kosten worden uiteraard doorberekend aan de klant. Als de consument zelf energieproducent wordt, zou hij of zij eigenlijk ook programmaverantwoordelijkheid hebben. Nu neemt de energieleverancier deze programmaverantwoordelijkheid van de energieproducerende klant over. Maar daar zijn ook kosten aan verbonden. De consequentie is dat de energieleverancier de kosten van programmaverantwoordelijkheid versleutelt in het leveringstarief en dat natuurlijk ook zou willen meenemen in de terugleververgoeding. Dat zou betekenen dat de terugleververgoeding lager is dan het leveringstarief. Het verschil is (twee maal) de kosten voor programmaverantwoordelijkheid.

De salderingsregeling maakt het de energieleverancier niet mogelijk deze kosten voor de eerste 5.000 kWh door te berekenen aan de klant. Dat betekent dat die kosten op een andere manier terechtkomen bij een (andere) klant. Dat lijkt me niet terecht. In de Elektriciteitswet zou de salderingsregeling dan ook geheel geschrapt moeten worden. Energieleveranciers moeten zelf kunnen bepalen wat zij rekenen en vergoeden. Producenten van hernieuwbare elektriciteit moeten zelf uitzoeken welke energieleverancier de beste vergoeding geeft voor de door hen geproduceerde elektriciteit. Als de huidige energieleverancier niet voldoet, dan kan worden overgestapt naar een andere leverancier. Op die manier komen de energieleveranciers die de energietransitie een warm hart toedragen bovendrijven. De overheid zou wettelijk moeten regelen dat

  • netbeheerders het verbruik correct registreren, ook negatief verbruik;
  • overstappen naar een andere energieleverancier eenvoudig is;
  • energieleveranciers de energiebelasting correct verrekenen en salderen (!);
  • een geschillencommissie snel en adequaat opkomt voor de belangen van de consument.

Je zou nog kunnen toevoegen dat energieleveranciers verplicht zijn decentraal ingevoede elektriciteit te accepteren, maar ook dat lijkt me niet nodig. Als de energieleverancier geen vergoeding geeft, kan de klant overstappen. Het gevolg van het schrappen van de salderingsregeling zou kunnen zijn dat er veel producenten van duurzame elektriciteit overstappen naar energieleveranciers met gunstige voorwaarden, zoals Greenchoice. Het gevolg daarvan zou weer kunnen zijn dat ook deze energieleveranciers de voorwaarden in de loop van de tijd aanpassen om kostendekkend te kunnen zijn of andere verdienmodellen bedenken (lease- en servicecontracten).

Maatregel 2: differentieer de energiebelasting op basis van milieubelasting

Het verwijderen van de salderingsgrens moet uiteraard gepaard gaan met andere hervormingen in de wetgeving. De belangrijkste hervorming ligt op het terrein van de energiebelasting. Op dit moment is de energiebelasting gestaffeld. Hoe meer een afnemer verbruikt, hoe minder belasting per kWh betaald moet worden.

De geschiedenis van de energiebelasting is op dit punt van belang. De regulerende energiebelasting (REB) is in 1996 ingevoerd en heeft als doel het energieverbruik terug te dringen en de CO2-uitstoot te verminderen. In de Memorie van Toelichting op de wet staat: “De regulerende energiebelasting is bedoeld om bij de doelgroepen huishoudens en klein-zakelijke verbruikers extra energiebesparing te bevorderen.” Grootverbruikers (grote bedrijven, industrie) worden ontzien om hun concurrentiepositie niet te verslechteren. Grootverbruikers worden via Meerjarenafspraken (MJA’s) gestimuleerd energie te besparen.

In eerste instantie was groene stroom vrijgesteld van deze energiebelasting. Omdat er geen verschil gemaakt mocht worden tussen producenten uit Nederland of uit het buitenland, is deze vrijstelling tenietgedaan. Het idee was dat Nederlands belastinggeld anders naar het buitenland zou weglekken. In de plaats daarvoor is de MEP, SDE en SDE+ gekomen.

Op dit moment werkt de Europese Commissie aan een aanpassing van de EU Energy Tax Directive. Als alle landen akkoord gaan, zou deze herziene richtlijn in 2013 van kracht worden. De energiebelasting wordt in dit voorstel gebaseerd op twee componenten.

  • Een deel van de energiebelasting is afhankelijk van de energie-inhoud van de energiedrager. Dit deel is bedoeld om het energieverbruik terug te dringen.
  • Een ander deel is gebaseerd op de CO2-uitstoot van de energiedrager. Hernieuwbare energie wordt dan minder of niet belast.

Als de herziene richtlijn van kracht wordt, moet Nederland zich daaraan houden. Dat betekent dat de overheid een minimaal niveau van belastingen moet heffen, maar nog steeds zelf extra kan belasten. Complicerende factor voor elektriciteit is daarbij, dat elektriciteitscentrales al onder het Europese Emissiehandelssysteem (ETS) vallen en met een CO2-afhankelijke energiebelasting op het verbruik dubbel belast worden.

De Nederlandse overheid zou op dezelfde manier als de Europese Commissie voorstelt, de energiebelasting op elektriciteit moeten hervormen. Dat betekent dat de energiebelasting wordt bepaald aan de hand van twee aspecten: het volume of de energie-inhoud en de milieubelasting. In de laatste component kunnen ook de maatschappelijke kosten (externe kosten) van fossiele brandstoffen worden meegenomen. Deze aanpassing betekent dat energiebelasting op groene stroom niet naar nul gaat, maar wel lager is dan elektriciteit uit kolencentrales. Daardoor ontstaat er een verschil met de belasting op fossiele brandstoffen, waardoor hernieuwbare energiebronnen beter kunnen concurreren met fossiele energie. In de berekening van de energiebelasting voor elektriciteit uit kolencentrales kan meegerekend worden dat deze centrales ook onder het ETS vallen.

De Nederlandse overheid zou ernaar moeten streven de werkelijke kosten van CO2-uitstoot en milieuvervuiling door te belasten en zo een eerlijk speelveld te creëren. Deze wijziging zou niet in één keer door te voeren zijn, maar daar zou een jaar of vijf voor uitgetrokken moeten worden. Stapsgewijs kan de markt zich dan op deze verschuiving kunnen voorbereiden. De overheid kan deze wijziging budgetneutraal doorvoeren, waarmee ook de subsidieregeling SDE+ een andere vorm kan krijgen.

Bronnen:

TenneT over programmaverantwoordelijkheid: http://bit.ly/qDwD3S

Wikipedia over de Energiebelasting: http://bit.ly/9U41j7

Memorie van Toelichting bij de wet voor energiebelasting: http://bit.ly/nx1FAF

FD: ‘Energiebelasting op de schop’: http://bit.ly/glqytv

Voorstel van EC voor de herziening van de energiebelasting: http://bit.ly/bohB5e

Verhelderende presentatie over nieuwe richtlijn: http://bit.ly/qAZaI0

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: