Groene borstklopperij (column)

Vandaag, op de Dag van de Duurzaamheid, presenteerde dagblad Trouw de nieuwe Duurzame Top 100. Honderd duurzame Nederlanders worden gefeliciteerd met hun plek op deze nieuwe lijst. Goed voorbeeld doet goed volgen, is de gedachte. Maar wat ongezouten kritiek op deze groene borstklopperij kan geen kwaad.

Scherp geformuleerd: de Duurzame Top 100 bestaat opnieuw uit een groot aantal ‘groene goeroes’, een soort groene BN’ers die bij elke groene conferentie hun kunstje mogen opvoeren en in elk groen tijdschrift dezelfde grijze plaat mogen afdraaien. Deze GBN’ers staan inmiddels zo vaak op het podium van congressen over duurzaamheid, dat ze nauwelijks tijd over kunnen hebben om echt aan het werk te zijn. Zij maken van de nood een deugd en noemen hun optredens ‘ook werk’, maar vergeten daarbij dat het publiek dat deze congressen bezoekt vaak allang is overtuigd van de groene boodschap en dezelfde groene congressen bezoekt.

Daarnaast is het niet moeilijk een boegbeeld van duurzaamheid te zijn als je – al dan niet aan het infuus van de overheid of andere geldschieters – de baas bent van een bedrijf, adviesbureau, ngo of stichting die duurzaamheid tot core business heeft gemaakt. Behoort duurzaamheid in die gevallen niet tot het ‘normale’ werk, waarvoor een groen lintje niet nodig is?

Wat zijn de criteria op basis waarvan je GBN’er wordt? “De jury van experts heeft de Duurzame 100 van 2012 geselecteerd uit een groslijst met 417 namen van Nederlanders die tussen najaar 2011 en zomer 2012 zijn opgevallen door bijvoorbeeld ondernemerschap, politieke bevlogenheid of wetenschappelijk onderzoek.” Hieruit kunnen onmogelijke heldere criteria volgen. Want hoe beoordeel je politieke bevlogenheid? Is het aantal moties dat is aangenomen het criterium? De politieke kleur? Is lidmaatschap van Greenpeace een vereiste? Komt de directeur van een succesvol isolatiebedrijf (duizenden tonnen CO2-reductie!) ook in aanmerking voor de plek in de top 100 of is isoleren niet sexy genoeg?

De basisfout van de Duurzame Top 100 schuilt echter in het woordje ‘opgevallen’. De beweging die nodig is en die op dit moment ook daadwerkelijk plaatsvindt, is een beweging van onderop. Honderden Nederlanders zijn op dit moment, vaak naast hun werk, betrokken bij een lokale energiecoöperatie of een ander grassroots initiatief. De Duurzame Top 100 is daarom een belediging van alle Nederlanders die dagelijks, zonder op te vallen, een bijdrage leveren aan een groener Nederland.

Maar ook zij die niet bij groene clubs, maar bij grote energiebedrijven werken of in politieke partijen actief zijn en daar werken aan een groenere koers verdienen waardering. Per definitie vallen zij niet op en is hun invloed moeilijk meetbaar, maar wat zij doen is van meer waarde dan het roepen vanaf een groene ivoren toren wat er allemaal mis is met deze wereld.

Duurzaamheid is niet alleen een zaak van de green happy few. (Van de duurzame top 100 zou ik trouwens graag de ecologische voetafdruk berekend zien.) Duurzaamheid begint in de eigen omgeving. In de eigen woning, in de straat, in de wijk. De Triodos Bank maakte onlangs een prachtig reclamefilmpje met als motto ‘klein is het nieuwe groot’. Dat laatste hebben de initiatiefnemers van de Duurzame Top 100 niet goed begrepen.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: