Reactie op VNG-rapport ‘Lokaal energiek: decentrale duurzame elektriciteit’

Het is wellicht mosterd na de maaltijd, maar toch geef ik nog een korte reactie op het VNG-rapport ‘Lokaal energiek: decentrale duurzame elektriciteit’. De verwachtingen van het rapport waren hooggespannen, maar deze studie heeft niet de antwoorden opgeleverd die we graag hadden gelezen.

In januari presenteerde de VNG het rapport over de maatschappelijke kosten en baten van duurzame decentrale elektriciteitsproductie (‘lokale energie’). Op diverse plaatsen zijn reeds kanttekeningen gemaakt bij de inhoud van het rapport. Ik beperk me daarom tot een reactie op de hoofdlijn van het rapport.

In de eerste plaats is het rapport moeilijk leesbaar. Voor een deel komt dat doordat het rapport twee invalshoeken kiest. Enerzijds wordt gekeken naar de businesscase van decentrale duurzame elektriciteitsproductie en anderzijds wordt een maatschappelijke kosten-batenanalyse (mkba) gepresenteerd. De vraag echter die naar de opdracht voor dit onderzoek heeft geleid, was nadrukkelijk de tweede vraag: wat zijn de maatschappelijke baten van lokale energie die zelden worden meegenomen in de berekeningen? Hoe kunnen we deze maatschappelijke baten monetariseren? De helft van het rapport die aan de businesscase van lokale energie wordt besteed, voegt in mijn optiek weinig toe aan datgene dat we al wisten. Businesscases zijn vaak specifiek en daardoor moeilijk te generaliseren; het faciliteren van het rekenmodel en een toelichting daarbij was voldoende geweest. Het rapport was helderder geweest als alleen de vraag naar de maatschappelijke kosten en baten van lokale energie was beantwoord. De aandacht die in de studie wordt besteed aan de businesscase roept meer vragen op dan dat zij beantwoordt. Waarom het jaar 2020 als ijkpunt? Hoe weten de rapportschrijvers hoe de SDE+, de energiebelasting (incl. opslag duurzame energie) en de regels omtrent saldering er in 2020 uitzien?

Geeft de mkba een helder antwoord op de vraag naar de maatschappelijke baten van lokale energie? Ik vind van niet. De maatschappelijke kosten van onbalans en netverzwaring worden gekwantificeerd, maar de maatschappelijke baten komen niet goed uit de verf. Sommige maatschappelijke baten worden slechts kwalitatief beoordeeld, maar was niet juist het doel van dit rapport dit soort baten (zoals gezondheid) te kwantificeren? Willen we niet juist weten wat de vermeden gezondheidskosten van lokale energie zijn? Welke werkgelegenheid levert lokale energie op? Welke gedragseffecten, zoals extra energiebesparing en milieubewust gedrag, levert lokale energie op? Op deze vragen verwachtte ik een antwoord, maar dit antwoord blijft uit.

Ik denk dat het mogelijk is om de vermeden gezondheidskosten te berekenen, omdat dit in andere studies ook is gedaan. Ook het gedeelte over werkgelegenheid is zeer beperkt. De auteurs hebben oog voor mogelijke verdringingseffecten op de arbeidsmarkt (pag. 64): “Op nationaal niveau nemen we alleen de werkgelegenheid in de pre-exploitatiefase mee, waarbij we echter eveneens rekening houden met een gedeeltelijke verdringing (werknemers komen uit andere banen), namelijk 50%.” Waar komt deze 50% vandaan? Is dit een schatting? Verdient het punt van werkgelegenheid niet een uitgebreide en goed onderbouwde uiteenzetting? Duurzame energie levert banen op, zo wordt vaak gesteld. Dit rapport had deze stelling kunnen onderbouwen.

Hetzelfde geldt voor het effect van lokale energie op het gedrag van mensen. In het rapport staat: “We veronderstellen in deze studie een besparing van netto 5% bij de op decentraal duurzame stroom aangesloten huishoudens, gebaseerd op de huidige ervaringen bij de lokale initiatieven en de verwachtingen in relatie tot de introductie van de ‘slimme meter’.” Waarop is deze besparing van 5% gebaseerd? Had ook op dit punt niet een diepgravend onderzoek moeten plaatsvinden? Er is een Britse studie naar dit effect en een dergelijk onderzoek zou ook relevant zijn in Nederland.

De uitkomst van de mkba is dat in 2020 het projectalternatief ‘wind’ rendabel is en ‘zon’ nog niet. Dat is wellicht een ongemakkelijke uitkomst geweest voor de initiatiefnemers van het rapport, zo stel ik mij voor, en daarom is ervoor gekozen beide alternatieven in één pakket te presenteren. “Een combinatie van opwekkingsvormen is nodig”, zo stelt het rapport, want in de praktijk zal er sprake zijn van een mix van opwekkingsvormen. Dat is een vreemde redenering, omdat een mkba juist inzicht wil geven in het maatschappelijk rendement van de verschillende opties. De uitkomst daarvan zou idealiter juist de samenstelling van die mix sturen. Dit kan daarom geen argument zijn.

‘Wind’ is weliswaar rendabel, zo stelt het rapport, maar in tegenstelling tot het nog niet-rendabele ‘zon’ is hier sprake van een groot nadeel, namelijk de ruimtelijke inpassing in relatie tot geluid- en zichthinder. Deze redenering vind ik ook niet bevredigend. Juist een mkba zou inzicht moeten geven in het maatschappelijke rendement van wind inclusief het nadeel van ruimtelijke inpassing. Het is niet overtuigend om in de doorrekeningen het aspect ruimtelijke inpassing niet mee te nemen, maar het argument wél aan het eind op te voeren om daarmee een mix van zon en wind te rechtvaardigen.

In het rapport staan diverse slordigheden en betwijfelbare uitgangspunten. Ook de wijze waarop de SDE+ wordt gebruikt is niet bevredigend. In voetnoot 33 lees ik: “Hier is aangenomen dat de coöperatie deelneemt aan Fase 3 (wind) of Fase 5 (zon) van de SDE+. Hoewel de kans op toekenning van de subsidie daardoor afneemt is in deze business case aangenomen dat de subsidie toch wordt verkregen.” Is dit een eerlijk uitgangspunt, wetend dat de SDE+ juist op basis van kosteneffectiviteit is opgezet? Wordt in het rapport correct omgegaan met de extra BTW-inkomsten? Is rekening gehouden met het feit dat investeringen in duurzame energie ten koste kunnen gaan van andere BTW-plichtige activiteiten?

De belangrijkste vraag is echter: welke boodschap geeft dit rapport af? Dat de energiebelasting met 4 cent omhoog moet? Dat we moeten wachten tot 2020 alvorens lokale duurzame energieproductie enigszins rendabel is? Ik had graag een antwoord gelezen op de vraag naar de werkgelegenheidseffecten van de groei van lokale energie, de vermeden gezondheidskosten en de effecten op gedrag. Of de effecten op de sociale cohesie en de leefbaarheid van buurten. Ook had ik graag iets gelezen over de maatschappelijke kosten van duurzame energie, zoals de ruimtelijke inpassing. Het rapport geeft daarvan geen duidelijk beeld en dat is een gemiste kans.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: