Zelflevering: wat zijn de voors en tegens?

De discussie over de onbelaste zelflevering van eigen opgewekte duurzame energie bevindt zich al enige tijd in een patstelling. De voorstanders zien weinig reden waarom zelflevering niet wenselijk zou zijn. De tegenstanders maken zich zorgen over de gevolgen voor de schatkist. In een poging de discussie vlot te trekken, wordt in dit artikel een aantal argumenten voor en tegen zelflevering op een rij gezet.

Wanneer een huishouden duurzame elektriciteit produceert met zonnepanelen op het dak van de eigen woning, dan wordt een klein deel van deze stroom direct gebruikt en het grootste deel wordt aan het elektriciteitsnet teruggeleverd. In de Elektriciteitswet en de Wet belastingen op milieugrondslag is de verplichting tot salderen opgenomen. Dit betekent dat energieleveranciers verplicht zijn de aan het net teruggeleverde elektriciteit in mindering te brengen op de afgenomen elektriciteit. Daardoor levert elke geproduceerde groene kWh hetzelfde op als ervoor betaald moet worden en kan de zonnestroominstallatie relatief snel worden terugverdiend.

Maar waarom geldt deze regeling alleen voor zonnepanelen op het eigen dak (‘salderen achter de meter’)? Waarom is het niet mogelijk een soortgelijke regeling te maken voor zonnepanelen die op een ander dak liggen, maar waarvan de stroom wordt verrekend met de energierekening van de eigenaar van deze panelen (‘salderen vóór de meter’)? Dit zou immers een oplossing zijn voor burgers die geen geschikt eigen dak hebben. Op dit moment staat de wet dit niet toe, omdat over levering van elektriciteit aan een aansluiting energiebelasting moet worden betaald en dat geldt dus ook voor levering van elektriciteit die in eigen beheer en bezit is opgewekt (zelflevering).

Inmiddels werkt de overheid aan een regeling waarin sprake is van een beperkte verlaging van de energiebelasting voor energiecoöperaties die duurzame stroom leveren aan de eigen leden. Over de uitwerking van deze maatregel wordt flink gediscussieerd. Het is daarom goed de argumenten voor of tegen zelflevering de revue te laten passeren.

Voors

  1. Zelflevering sluit aan bij een nieuwe maatschappelijke beweging, waarin burgers op diverse gebieden het heft in eigen handen nemen. Coöperaties voor buurtzorg worden opgericht, ouders runnen met elkaar een kinderdagverblijf en wijkbewoners gaan nu ook aan de slag met energiebesparing en duurzame energie. Deze maatschappelijke beweging wordt gevoed door een sterk bewustzijn dat grote bedrijven een enorme afhankelijkheid hebben gecreëerd, maar verre van zorgvuldig zijn omgegaan met de belangen van burgers, consumenten en het milieu. Burgers willen niet meer de anonieme consument zijn, maar de verantwoordelijke burger, die bijdraagt aan een schone leefomgeving en een leefbare buurt.
  2. Het collectief opwekken van duurzame energie geeft burgers handelingsperspectief. Zij worden zo in staat gesteld een rol te spelen in de transitie naar een duurzame energievoorziening. Het ontbreken van handelingsperspectief kan verlammend werken. Daarnaast kan de eigen productie van duurzame energie het energiebewustzijn vergroten, waardoor burgers zuiniger omgaan met energie. Wie zelf zonnestroom opwekt, is vaak ook extra geneigd het elektriciteitsverbruik te monitoren en te beperken.
  3. Veel (duurzame) energieprojecten stuiten op lokaal verzet. Burgers hebben vaak wel de lasten, maar niet de lusten van energieprojecten. Voorbeelden uit Denemarken en Duitsland laten zien dat lokale participatie succesvol kan zijn om het draagvlak voor energieprojecten te vergroten. Wanneer de mogelijkheid van participatie in energieprojecten gekoppeld wordt aan de mogelijkheid van zelflevering, kan lokale energieopwekking een grote vlucht nemen. Ook op een hoger niveau kan zelflevering bijdragen aan meer draagvlak voor de energietransitie. Deze ingrijpende energietransitie zal merkbaar zijn in de portemonnee van burgers en in hun leefomgeving. Zonder draagvlak onder burgers is deze energietransitie niet mogelijk. Lokale duurzame energieproductie door burgers zou het draagvlak voor de energietransitie kunnen vergroten.

Tegens

  1. De energiebelasting levert de schatkist zo’n 4,1 miljard euro per jaar op (2011). Zelflevering mogelijk maken betekent dat hier een flinke hap uit wordt genomen. Belastinginkomsten missen betekent dat het geld ergens anders vandaan moet komen. Het zou goed zijn als voorstanders van zelflevering met goede voorstellen voor de dekking van deze gederfde belastinginkomsten komen. Dit betekent overigens niet dat de energiebelasting en het doel daarvan in de discussie buiten schot kunnen blijven. Integendeel, dit is juist de kern van de discussie.
  2. De energiebelasting is van oorsprong primair een belasting om energiebesparing bij huishoudens te stimuleren. Zolang (fossiele en duurzame) energie schaars blijft, blijft het zinvol energiebesparing te stimuleren. Dit komt ook overeen met de eerste stap in de Trias Energetica. Wie pleit voor onbelaste zelflevering, pleit dan impliciet ook voor een andere grondslag van de energiebelasting.
  3. Wat betekent het mogelijk maken van zelflevering voor de BV Nederland? We betalen met elkaar belasting (op allerlei manieren) om daarvan de collectieve uitgaven te kunnen betalen (zorg, infrastructuur, onderwijs, duurzame energie). We kunnen met belastingen schuiven of uitgaven verminderen, maar uiteindelijk moet het totaalplaatje kloppen. Maatregelen die genomen worden, moeten mede worden beoordeeld op hun kosteneffectiviteit. De SDE+ is ontworpen vanuit de gedachte dat we elke euro zo kosteneffectief moeten besteden. De uitrol van duurzame energie in Nederland wordt via de SDE+ gefaciliteerd, zodat elke euro zoveel mogelijk duurzame energie oplevert. Dat betekent dat de duurzame energietechnieken die het goedkoopst zijn (geothermie, wind op land, vergisting, etc.) als eerste worden gesubsidieerd. Het mogelijk maken van zelflevering zal leiden tot een groei van zonne-energie, maar dat is een relatief dure techniek vanuit het oogpunt van de BV Nederland. Dat geld kan effectiever worden besteed.
  4. Grote zonnestroominstallaties en windturbines worden gesubsidieerd vanuit de SDE+. De SDE+ financiert de onrendabele top, waardoor oversubsidiëring wordt voorkomen. Het voordeel dat optreedt als over elektriciteit uit een windturbine die geleverd wordt aan haar eigenaren, geen energiebelasting hoeft te worden betaald, is vele malen hoger dan de hoogte van de SDE+. Dat zou een flinke groei van windenergie op leveren. Op die manier ontstaat er een oneerlijk verschil tussen een energieproducent die slechts met SDE+-subsidie de businesscase van een windproject rond krijgt en een windcoöperatie die met het fiscale voordeel van zelflevering haar eigen leden van elektriciteit voorziet. ‘Gewone’ energieleveranciers moeten op een eerlijk speelveld kunnen opereren. Overigens laten verschillende windcoöperaties zien dat ook zonder zelflevering al een goed rendement kan worden behaald.
  5. Bij salderen vóór de meter ontbreekt de één-op-één relatie met de onroerende zaak, terwijl die relatie er bij salderen na de meter wel is. Wanneer de directe, belastingtechnische relatie tussen het pand en de zonnepanelen wordt doorbroken (terwijl de fysieke relatie gewoon blijft bestaan) ontstaat er – door het degressieve karakter van de energiebelasting – een groot verschil in de rentabiliteit van een investering in zonnepanelen. Of IKEA zelf investeert in een grote zonnestroominstallatie op het dak van één van haar vestigingen of dat buurtbewoners dat doen op hetzelfde dak, maakt dan een groot verschil voor de businesscase, terwijl er fysiek niets verandert.
  6. Voor zelflevering geldt hetzelfde als voor de huidige salderingsregeling: het is een ‘overheidsingreep in de energiemarkt’. Energieleveranciers worden verplicht voor teruggeleverde elektriciteit hetzelfde te betalen als zij in rekening brengen, terwijl deze teruggeleverde elektriciteit voor hen minder waard is door (onbalanskosten, marges). Het feit dat consumenten nu op basis van één of twee tarieven afgerekend worden voor hun elektriciteit kan de suggestie wekken dat elektriciteit altijd evenveel waard is. Dat is niet het geval. Overigens bestaat het grootste deel van het tarief uit energiebelasting en zou een lager teruglevertarief van de energieleverancier niet onoverkomenlijk zijn.
  7. Het argument dat er sprake is van een ongelijke behandeling van een woning mét geschikt dak voor zonnepanelen en een woning zonder, is discutabel. Er zijn immers tal van verschillen die invloed hebben op de mogelijkheden voor duurzame energieproductie en energiebesparing in en om de woning. Moet een hoekwoning (meer warmteverlies!) fiscaal anders behandeld worden dan een tussenwoning? Mogen oude woningen met weinig energiebesparingsmogelijkheden minder energiebelasting betalen? Is het niet juist wenselijk dat de energetische prestatie van een woning in de waarde daarvan zichtbaar wordt? Is een woning met een geschikt dak niet meer waard dan een woning zonder geschikt dak, evenals een woning met veel zon in de tuin meer waard is dan een woning met weinig zon in de tuin?

Waarom energiebelasting?

De steeds terugkerende vraag is: waarom betalen we energiebelasting? Het antwoord op deze vraag bepaalt de visie op zelflevering. Over de energiebelasting moet een stevige discussie gevoerd worden, want de huidige vormgeving is op langere termijn niet houdbaar. De verduurzaming van de gebouwde omgeving, een forse toename van decentrale duurzame energieproductie en de transitie naar een duurzame energievoorziening in het algemeen verhouden zich niet goed met de huidige energiebelasting. Van oorsprong is de energiebelasting een regulerende belasting en is deze budgetneutraal ingevoerd. De opbrengstfunctie van de energiebelasting is echter op de voorgrond komen te staan en de regulerende functie op de achtergrond. Daarin moet een correctie plaatsvinden.

Het doel van de energiebelasting is van oorsprong al dubbelzinnig geweest, maar energiebesparing was toch het primaire doel. In het huidige energiebeleid is energiebesparing sterk onderbelicht, terwijl dit in veel gevallen de meest kostenefficiënte manier van CO2-reductie is. De Trias Energetica is nog steeds een goede leidraad: eerst energie besparen alvorens duurzame energie te produceren. Het stimuleren van energiebesparing zal daarom een onderdeel moeten blijven van de (regulerende) energiebelasting. Dat betekent echter ook dat van een volledige vrijstelling voor zelflevering geen sprake kan zijn.

Voor een antwoord op de vraag hoe de energiebelasting zou moeten worden aangepast zou een apart artikel nodig zijn. Van een quick fix kan in ieder geval geen sprake zijn; daarvoor is de verwevenheid met andere instrumenten zoals het Europese Emissiehandelssysteem en de SDE+ te complex. Hoe de energiebelasting wordt vormgegeven, bepaalt ook in welke richting de energievoorziening zich de komende decennia ontwikkelt. Zaken als het handhaven van de concurrentiepositie van het Nederlandse bedrijfsleven en Europese regelgeving spelen ook een belangrijke rol. Het op korte termijn mogelijk maken van zelflevering (of een beperkte vorm daarvan) is geen echte oplossing. Nodig is een bredere discussie over de rol van energiebelasting in de energietransitie en de manier waarop lokale energieopwekking op een eerlijke en houdbare manier kan worden gestimuleerd.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: