Zelfreflectie

De afgelopen dagen is er veel te doen geweest over de kortingsregeling op de energiebelasting voor lokale energiecoöperaties. Er is veel boosheid en teleurstelling bij de initiatiefnemers van lokale energie-initiatieven. De regeling is immers zodanig beperkt dat van een echte stimulering van lokale energiecoöperaties geen sprake zal zijn. Met de vinger wordt nu gewezen naar minister Kamp en zijn Ministerie: hij zou lokale energie niet zien zitten en deze beweging in de kiem willen smoren. Ik vind dat verwijt niet terecht.

Lokale duurzame energieproductie en –levering (‘lokale energie’) is de afgelopen jaren in de samenleving en de politiek steeds belangrijker geworden. De energietransitie is immers geen technocratische ingreep die je als overheid van bovenaf aan de samenleving kunt opleggen, maar heeft een belangrijke maatschappelijke component die niet goed van bovenaf stuurbaar is. Wil de energietransitie slagen, dan is draagvlak essentieel. Daarnaast staat een steeds groter aantal burgers te popelen om zelf aan de slag te gaan met duurzame energie en energiebesparing. Wat nodig is, is handelingsperspectief voor burgers, zodat zij zelf aan de slag kunnen.

In het regeerakkoord van VVD en PvdA heeft lokale energie, dankzij de inzet van de PvdA, een belangrijke plek gekregen. Als coalitiepartij wil je graag dat de maatregelen die je in een regeerakkoord overeengekomen bent en die je hebt ‘binnengehaald’, een succes worden. Naast de PvdA zijn ook CDA, D66, SP, GroenLinks, Partij voor de Dieren en 50Plus voorstanders van lokale energie. Het politieke draagvlak is dus aanwezig en de wil om een succesvolle regeling neer te zetten, is groot. Minister Kamp is een bekwame bestuurder die daadwerkelijk de motor van  energietransitie wil aanzetten en aanhouden. Wie hem de afgelopen maanden intensief gevolgd heeft, zal dat beamen.

En de Ministeries van Economische Zaken en Financiën dan? Zijn zij niet de dwarsliggers? Blokkeren zij niet koste wat het kost de transitie naar een duurzame energievoorziening? Dit wordt vaak gesuggereerd, maar ik vind dat een te makkelijke beeldvorming. Wie wel eens met ambtenaren van de Rijksoverheid te maken heeft, merkt dat zij zo goed mogelijk de afspraken uit het regeerakkoord proberen uit te werken. Daarvoor worden ze betaald en dat vraagt de politiek ook van ze. Zo vraagt de samenleving ook aan het Ministerie van Financiën om zo goed mogelijk met ons belastinggeld om te gaan en te zorgen dat het niet in de verkeerde handen terecht komt. Je kunt het de ambtenaren van het Ministerie van Financiën dan ook niet kwalijk nemen dat zij grip willen houden op belastinguitgaven en daarom beperkingen aanbrengen. Dat is hun rol.

Nu ben ik niet naïef (althans: dat denk ik). Ik weet ook dat belangen een rol spelen en welke invloed lobbyisten kunnen hebben. Daar kun je negatief over zijn, maar je kunt het ook op een positieve manier aanwenden. Ik bedoel: wil je invloed hebben en je belangen vertegenwoordigt zien in ‘Den Haag’, dan zul je je daarvoor moeten inspannen. Het draagvlak voor lokale energie is groter dan ooit.

Waarom is het dan toch misgegaan bij de totstandkoming van deze regeling? Ik denk dat de lokale energiebeweging de komende weken met zichzelf in gesprek moet gaan om te analyseren op welke punten het proces van de afgelopen maanden niet goed is verlopen. Als voorzet op deze discussie breng ik graag een aantal punten in waarvan ik denk dat deze een rol zouden moeten spelen in deze zelfreflectie.

1)     Samen sta je sterk. Inmiddels zijn er zo’n 500 lokale energie-initiatieven, zo meldt Hieropgewekt.nl. Wil je een vuist kunnen maken, dan moet je je verenigen. Daarbij moet duidelijk zijn wie en wat je vertegenwoordigt. Zorg voor herkenbaarheid. Op dit moment is het landschap voor vertegenwoordigende instanties op het gebied van lokale energie niet erg overzichtelijk. Ik noem er een paar: e-Decentraal, Hieropgewekt, Hier Klimaatbureau, ODE, Duurzame Energiekoepel, Natuur & Milieu, de Natuur- en Milieufederaties, Stichting Nederland Krijgt Nieuwe Energie, REScoop Nederland, Klimaatverbond, Holland Solar, VNG. In de afgelopen maanden heeft vooral e-Decentraal een belangrijke rol gespeeld in de uitwerking van de kortingsregeling. Bij e-Decentraal zijn echter niet alleen lokale energiecoöperaties aangesloten, maar ook adviesbureaus, een energieleverancier, een netbeheerder, een bank en een afvalverwerkingsbedrijf. Wat nu nodig is, is een koepelorganisatie waar (alleen) de energiecoöperaties lid van worden of zijn. Deze koepelorganisatie kan uiteraard partnerschappen met andere organisaties aangaan, maar het is belangrijk dat de koepelorganisatie alleen namens de energiecoöperaties spreekt.

2)     Lobbyen is een vak. De afgelopen jaren is er vanuit verschillende hoeken in Den Haag gelobbyd voor de stimulering van lokale energiecoöperaties. Een goede lobby kost tijd. Allereerst zul je met een helder en gedragen verhaal naar Den Haag moeten. Dat betekent dat het huiswerk gedaan moet zijn: een uitgewerkte en helder geschreven visie, waarover goed is nagedacht en waarvan de consequenties zijn onderzocht, moet mee in de tas. Deze visie moet gedragen worden door degenen namens wie je op pad gaat. Maak duidelijk wat je concreet geregeld wil hebben. Zorg dat je de weg kent in Den Haag. Volg daarnaast actief de politieke discussie. Luister naar debatten, lees de stukken; weet wanneer een debat, stemming of briefing plaatsvindt. Anticipeer op tijd op bewegingen die worden gemaakt. Dat kost allemaal tijd en daar komt ook een zekere professionaliteit bij kijken. De lokale energiebeweging zal zichzelf de vraag moeten stellen of zij deze professionaliteit zelf voldoende in huis heeft en bereid is deze in te vliegen mocht dat niet het geval zijn.

3)     Zonder luisteren geen dialoog. Als je verder wilt komen als lokale energiebeweging, dan zul je je moeten verplaatsen in je gesprekspartner, in dit geval: de Rijksoverheid. Ik vind dat dit onvoldoende is gebeurd. Het energiebeleid kenmerkt zich het afgelopen decennium door jojobeleid. Regelingen worden bedacht en weer stopgezet. Denk daarbij aan diverse subsidieregelingen voor zonne-energie. Een stabiele stimulering van duurzame energie is cruciaal. Als je dat wilt bereiken, dan zul je goed moeten luisteren naar de argumenten van je gesprekspartner. De Rijksoverheid heeft bijvoorbeeld slechte ervaringen met open-einderegelingen. Daarnaast vindt zij een kostenefficiënte stimulering van hernieuwbare energie erg belangrijk en ziet de SDE+ daarvoor als het meest geschikte instrument. De kortingsregeling is echter opnieuw zo’n open-einderegeling, sluit niet aan bij het bestaande instrument voor de uitrol van hernieuwbare energie en zou kunnen zorgen voor overstimulering van windenergie. Zo’n regeling zou je niet moeten willen, omdat het een te groot risico van aanpassing of afschaffing in zich draagt. Daarnaast is de houding van belang. Door steeds te denken vanuit ‘wij-versus-de-overheid’ doe je geen recht aan de beweging die de overheid op dit punt maakt en zorg je ervoor dat er geen vruchtbare verstandhouding is op basis waarvan een dialoog mogelijk is.

4)     Niet opgeschreven afspraken zijn geen afspraken. Minister Kamp krijgt het verwijt dat hij zich niet houdt aan de afspraken uit het energieakkoord over de stimulering van energiecoöperaties. Of dat terecht is of niet, dit soort verschillen in interpretatie kun je alleen voorkomen door de afspraken goed uit te werken en op te schrijven. Mondelinge afspraken die niet in het energieakkoord staan, zijn niet veel waard. Neem het punt van de locatie van de collectieve installatie in de postcoderoos. Ik vind het begrijpelijk en verdedigbaar dat Minister Kamp de installatie in het centrum van de postcoderoos positioneert. Dat is immers een logisch gevolg van het hanteren van de postcoderoos als uitwerking van het nabijheidsbeginsel. Datzelfde geldt voor een aantal andere (beperkende) voorwaarden, zoals de beperking van de kortingsregeling tot particuliere kleinverbruikers. Zorg dat de afspraken op papier staan alvorens deze afspraken te ondertekenen.

5)     Er is verschil tussen een mening en verstand van zaken. Nadenken over de stimulering van lokale energie vergt de nodige kennis van de energiemarkt, de effectiviteit van verschillende beleidsinstrumenten en de politieke discussie daarover. Sommige energiecoöperaties staan nog in de kinderschoenen, terwijl andere al veel expertise hebben opgebouwd. Deze expertise moet benut worden. Maar dit betekent ook dat niet iedere mening evenveel waard is.

Bovenstaande punten zijn mijns inziens belangrijke leerpunten uit het proces van de afgelopen maanden. Deze punten zijn nadrukkelijk niet bedoeld als harde kritiek op de lokale energiebeweging. De lokale energiebeweging is een jonge, enthousiaste beweging op basis van de vrijwillige inzet van talloze betrokken burgers. Daarvan kun je (nog) niet verwachten dat zij dezelfde professionaliteit kan inzetten zoals andere marktpartijen dat kunnen. Maar wil deze beweging effectief zijn, dan zal zij zich bewust moeten zijn van datgene dat niet goed is gegaan de afgelopen maanden. Met dit artikel hoop ik een bijdrage te leveren aan deze bezinning.

PS. Ik kan me goed voorstellen dat het bovenstaande niet bij iedereen goed valt. Ik sta open voor alle kritiek en laat me graag corrigeren.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: