Reactie op VK-artikel Martin Sommer

Op 8 december schreef politiek commentator Martin Sommer in de Volkskrant een opinieartikel met de titel ‘Afzonderlijke Europese klimaatpolitiek is prachtig maar vooral domineeswerk’. Het is mij na het lezen niet duidelijk geworden welk punt Sommer precies wil maken. Wat mij wél duidelijk werd, is dat Sommer erg onzorgvuldig formuleert, argumenten door elkaar haalt, verbanden legt die er niet zijn, slechts één kant van de zaak belicht en soms maar wat poneert zonder onderbouwing.

Omdat het mij aan tijd ontbreekt om alle argumenten en opmerkingen van Sommer te analyseren, volsta ik hier met een aantal opmerkingen. Ik geef hieronder steeds een quote uit het artikel vetgedrukt weer en reageer daar vervolgens op.

Quote: “Elektriciteit houdt zich niet aan landsgrenzen, dus wat ligt meer voor de hand dan harmonisatie van netwerken en lasten?”

Er is inderdaad sprake van een Noordwest-Europese elektriciteitsmarkt, waarvan Nederland onderdeel uitmaakt. Het net van Nederland is verbonden met de elektriciteitsnetten van Duitsland, België, Noorwegen en Engeland. Ik neem aan dat Sommer met ‘harmonisatie van netwerken’ het aanleggen van voldoende interconnectiecapaciteit bedoelt. Het Rijk zet al fors in op uitbreiding van deze interconnectiecapaciteit. Er komt een nieuwe verbinding met Duitsland (380 kV Doetinchem-Wesel in 2016) en onderzocht wordt of een nieuwe verbinding met Denemarken mogelijk is (Cobra-lijn). Ook de Europese Commissie zet fors in op de uitbreiding van interconnectoren tussen lidstaten in het bijzonder en de totstandkoming van een interne Europese elektriciteitsmarkt in het algemeen.

Met de ‘harmonisatie van lasten’ doelt Sommer, vermoed ik, op de diverse steunmaatregelen voor energie-intensieve bedrijven en het verschil in transportkosten die bedrijven moeten betalen. Minister Kamp heeft de Tweede Kamer in het voorjaar geïnformeerd over de verschillen in energiekosten voor de energie-intensieve industrie in Nederland en Duitsland. Volgens zijn onderzoek betaalt de energie-intensieve industrie in Nederland circa 3 euro per MWh meer over de commodityprijs (+6%) dan hun collega’s in Duitsland, 6 euro per MWh (niet gewogen gemiddelde) meer aan netkosten en 3 euro per MWh minder aan energiegerelateerde belastingen. Wanneer Duitsland de bedrijven ook nog compenseert voor de indirecte kosten van emissiehandel en Nederland niet, komt daar nog eens een extra verschil van 3 á 4 euro per MWh bij, aldus Kamp. In het Energieakkoord is echter compensatie voor laatstgenoemde kostenpost opgenomen. De netkosten zijn recent ook aan de orde geweest in een Wetsvoorstel dat een forse kostenreductie regelt voor de energie-intensieve industrie. Door uitbreiding van de interconnectiecapaciteit tussen lidstaten en integratie van de verschillende elektriciteitsbeurzen worden de verschillen in commodityprijs van elektriciteit kleiner. Kortom, het Rijk heeft diverse maatregelen genomen om het verschil met Duitsland te verkleinen.

In de Europese Unie worden bedrijven die op een internationale markt moeten concurreren reeds ontzien doordat zij gebruik kunnen maken van de zogenaamde ‘carbon leakage’-regeling, waarmee zij tot 100% van de emissierechten gratis krijgen. De internationale concurrentiepositie van grote, energie-intensieve bedrijven wordt dus op een aantal manieren beschermd. Dit neemt niet weg dat er (grote) verschillen in energiekosten tussen bedrijven wereldwijd, vooral door goedkoop schaliegas in de Verenigde Staten. De gasprijzen voor de industrie daalden tussen 2005 en 2012 in de VS met 66%, maar stegen in die periode in Europa met 35%.

Quote: “16 juni was een heel gewone dag maar zo bijzonder dat The Economist er al twee keer over schreef. Aardig weer in Duitsland, een zonnetje en een frisse bries. Met als resultaat dat de elektriciteitsprijs onder nul duikelde.”

Sommer verwijst hier naar dit artikel in The Economist. Daarin wordt de situatie die Sommer parafraseert, als volgt beschreven. “June 16th this year was a Goldilocks sort of day across Germany, not too hot but not too cool, with bright sunshine and a reasonable offshore breeze. Just right for Germany’s solar panels and wind turbines to produce, at their peak, a record 60% of Germany’s electricity on a slow weekend. But France and Belgium also had lots of nuclear power that could not easily be cranked down. So for several hours, generating companies had to pay customers to take their surplus power.”

Niemand die enigszins verstand heeft van de energiemarkt, zal ontkennen dat de energietransitie in het algemeen en de Duitse Energiewende in het bijzonder ons voor een aantal lastige vraagstukken plaatst. Ik noem er een paar.

  • De marginale kosten van hernieuwbare elektriciteit zijn nagenoeg nihil. In het huidige marktmodel wordt verdiend met het leveren van kWh’s, maar niet voor continuïteit van levering en het beschikbaar stellen van back-up capaciteit. De vraag is dus of met een sterk toenemend volume aan hernieuwbare elektriciteit dit model, waarin alleen wordt betaald per kWh, houdbaar is.
  • Door de schaliegasrevolutie in de VS is de export van goedkope kolen naar Europa toegenomen. De duurdere, maar schonere gascentrales staan daarom vaker uit. Ook Nederland verstookte in 2012 15% meer kolen dan in 2011.
  • De CO2-uitstoot in Duitsland nam toe, ondanks de sterke toename in duurzame energie, mede door de uitfasering van de kerncentrales.
  • Het Europese Emissiehandelssysteem functioneert onvoldoende, onder andere doordat lidstaten hernieuwbare energie fors subsidiëren.
  • De sterke stimulering van hernieuwbare elektriciteit in Duitsland en de forse capaciteit aan zonne- en windenergie zorgen ervoor dat op sommige momenten Duitsland haar overtollige elektriciteit over de grens ‘dumpt’. Voor energiebedrijven in de buurlanden van Duitsland is dat vervelend en ook voor de netbeheerders.
  • De Duitse consument betaalt een steeds hogere ‘Ökostrom-Umlage’ en maakt zich zorgen over de energierekening. De kWh-prijs van elektriciteit voor consumenten ligt in Duitsland hoger dan in Nederland.

Maar er is ook een andere kant van het verhaal. Die kant wordt door Sommer niet verteld.

  • Juist energie-intensieve bedrijven (zoals Aldel) profiteren van de lagere marktprijs die het gevolg is van de productie van hernieuwbare energie. Hier speelt het zogenoemde ‘merit order effect’ een rol.
  • ABN-AMRO schrijft vandaag: “We hebben het afgelopen jaar kunnen zien dat, mede door de Energiewende, de Duitse industrie een grote positieve bijdrage heeft geleverd aan de Duitse economische groei.”
  • De kosten van hernieuwbare elektriciteit uit zon en wind zijn de afgelopen twintig jaar spectaculair gedaald: “For wind, the costs for generated power – despite rising raw material costs for steel – have fallen by about 50% since 1990. For photovoltaics, the change has been even more remarkable. In this sector, systems costs have fallen by 80 to 90% over the same time period. Furthermore, there is no end in sight to this trend toward falling costs for either technology.”
  • Op dit moment is windenergie (in Duitsland) onder de meest gunstige omstandigheden goedkoper dan stroom uit kolencentrales, aldus een recente studie van Fraunhofer ISE.
  • Duitsland reduceerde haar uitstoot van broeikasgassen met 25,5% ten opzichte van 1990. Ongeveer 25% van de elektriciteit in Duitsland komt inmiddels uit hernieuwbare energiebronnen, tegen 7% in 2000. De hernieuwbare energiesector is inmiddels goed voor 380.000 banen.

Quote: “Nu staan er in Duitsland onafzienbare wind- en zonneparken, maar wind en zon zijn onbetrouwbare stroombronnen. Daarom moeten de oude gas- en kolencentrales als reserve blijven draaien. Gevolg is een geweldig elektriciteitsoverschot bij geschikt weer en dus instortende prijzen.”

Zijn wind en zon onbetrouwbare stroombronnen? Het klopt dat windenergie en zonne-energie fluctuerende energiebronnen zijn, maar onbetrouwbaar zijn ze niet. De productie van elektriciteit uit wind en zon is goed te voorspellen. Windenergie en zonne-energie vullen elkaar zelfs aan, omdat de wind vaak waait wanneer de zon niet schijnt en andersom. Recent stelde een Duits onderzoeksproject zelfs vast dat het stroomnetwerk stabiel en veilig blijft wanneer het volledig op hernieuwbare energie draait. Daarnaast geldt dat hoe groter het netwerk, hoe makkelijker hernieuwbare elektriciteit inpasbaar is. Agora Energiewende schrijft: “The larger the area connected by the grid, the greater the extent to which fluctuations in generation and demand can be pooled: while generation by a single wind farm (for example, on the North Sea coast) may vary greatly, the sum of the generation from all wind turbines in Germany (for example, on the North Sea coast, in Thuringia and in Bavaria) is much more balanced. The same is true for demand, where regional fluctuations offset each other as well. More extensive geographical linkage reduces the need for flexibility.”

Het klopt dat fossiele energie voorlopig nog nodig is voor back-up. Gascentrales zijn daar geschikt voor. In het voorgaande heb ik geschreven over de noodzaak van een ander marktmodel.

Quote: “Dat Aldel last heeft van de Duitse Wende is zwak uitgedrukt. Drie maanden geleden was de fabriek vrijwel failliet. De energierekening van de Duitse concurrenten ligt een kwart lager dan die van Karsten Pronk.”

In het voorgaande heb ik geschreven over het verschil in de prijs van elektriciteit voor de energie-industrie tussen Nederland en Duitsland, en wat de Nederlandse overheid daaraan doet. Maar wat heeft de Energiewende hiermee te maken? Duitsland ontziet haar energie-intensieve industrie meer dan Nederland doet. De Energiewende zorgt niet voor hogere kosten van energie-industrie in Nederland, alleen voor hogere energiekosten in eigen land.

Hier moet echter ook aan worden toegevoegd dat gesuggereerd wordt dat het dreigende faillissement van Aldel alleen toe te schrijven zou zijn aan het verschil in energieprijzen met Duitsland. Wellicht dat Sommer ook had kunnen melden dat er sprake is van overcapaciteit op de markt van aluminiumproducenten? Aldel draait al tien jaar verlies en dat komt niet alleen door de hoge elektriciteitsprijs.

Quote: “16 juni kan hij zich niet speciaal herinneren, maar bij wind en zon ziet hij de Duitse prijzen kelderen. Niet deze week overigens, met de storm die buitendijks Delfzijl onder water zette – dan draaien de windmolens niet.”

Niet alleen de Duitse elektriciteitsprijzen kelderen, ook de Nederlandse prijzen. Aldel profiteert daarvan. De tweede opmerking is nogal suggestief, zo niet populistisch. Heeft Sommer gecheckt of en hoe lang de windturbines zijn uitgezet? Windturbines hebben vorige week een topproductie gedraaid.

Quote: “Voor de klimaatliefhebbers: het zou niet helpen om de bedrijfshal van Aldel met zonnepanelen te beplakken. Let wel, die hal is een kilometer lang. (…) Je zou die hele hal van boven tot onder met zonnepanelen moeten bedekken, en dan heb je 2 procent van de energievraag van Aldel te pakken, zegt Karsten Pronk.  So much voor duurzame energie.”

Opnieuw: wat wil Sommer suggereren? ‘Klimaatliefhebbers’ klinkt nogal denigrerend. Er zijn mensen die zich (grote) zorgen maken over klimaatverandering en dat is terecht, als we de overgrote meerderheid van klimaatwetenschappers serieus nemen. Dat zonnepanelen op de bedrijfshal van Aldel niet in de hele elektriciteitsvraag kan voorzien, is evident, maar wat zegt dat? Dat zegt vooral dat Aldel heel veel elektriciteit verbruikt: een paar procent van het totale elektriciteitsverbruik van heel Nederland. Dat kun je inderdaad niet op één fabriekshal opwekken. Maar ‘so much voor duurzame energie’?

Quote: “Binnenkort moeten de Europese klimaatdoelen voor 2030 vastgesteld worden. Directeuren van energie-intensieve bedrijven houden hun hart vast. De lobby voor nog strengere milieudoelen draait als een windmolen bij 7 beaufort.”

Het artikel van Sommer lezend, krijg ik toch sterk de indruk dat het vooral de lobby van de energie-intensieve bedrijven is die op volle toeren draait. En Martin Sommer laat zich daarvoor gebruiken.

Quote: “Intussen zijn de elektriciteitskosten in Duitsland vanwege de bedrijfssubsidies en het dubbele machinepark wel degelijk veel hoger dan in Nederland. Op te brengen niet door de bedrijven, maar door de Duitse consument die per jaar 700 euro meer betaalt dan hier.”

Het klopt dat de Duitse consument een groot deel van de rekening van de Energiewende betaalt. In het kritische artikel in Der Spiegel staat: “In the near future, an average three-person household will spend about € 90 a month for electricity.” Een gemiddeld Nederlands huishouden betaalt nu zo’n € 65 per maand aan elektriciteit (leveringstarief). Dit soort cijfers zijn echter lastig met elkaar te vergelijken vanwege verschillen in netbeheerskosten, vastrechttarieven, heffingskortingen, etc. Op 8 november 2013 stuurde Minister Kamp een brief naar de Tweede Kamer waarin hij de belangrijkste bevindingen weergeeft uit een onderzoek van PwC naar de integrale prijsverschillen (commodityprijs, nettarieven, belastingen) van energie tussen Nederland en Duitsland. Hij schrijft: “Uit de studie blijkt dat in 2013 huishoudens, het mkb en de industrie in Nederland een lagere elektriciteitsprijs betalen dan in Duitsland. De oorzaken hiervan zijn met name de hogere energiegerelateerde belastingen in Duitsland (zoals de subsidie voor hernieuwbare energie) en hogere nettarieven in Duitsland. Voor Nederlandse huishoudens is de prijs 29% lager (een effect van circa €220/jaar) dan in Duitsland. Voor de energie-intensieve industrie is het beeld omgekeerd. Zij betalen in 2013 juist 3 tot 12% meer dan in Duitsland. Dat komt neer op ongeveer 2 à 7 €/MWh. Dit verschil ontstaat met name doordat Duitse grootverbruikers zijn vrijgesteld van de nettarieven en omdat de commodityprijzen (“kale prijs” voor inkoop van “het product” elektriciteit) lager zijn.”

Het is opvallend dat veel Duitsers de Energiewende nog steeds steunen, ondanks de stijgende energieprijzen. Deze stijging is overigens niet geheel aan de Energiewende toe te schrijven. En een deel van de hogere prijs komt weer terug bij de gemeenschap. The Carbon Brief schrijft:

“But the Energiewende’s policies are only responsible for a portion of the bill hikes. German economics thinktank, the Centre for Economics Studies, calculates renewable subsidies account for about 28 per cent of the rise since 2000, but costs of electricity generation – mainly driven by the rising cost of fossil fuels – account for about 45 per cent. So far, consumers have been willing to accept the bill increases as they back the Energiewende’s long-term goals and see the community benefits of the scheme. Private investors and farmers owned almost half of Germany’s renewable energy projects in 2012. This makes bill payers more amenable to rising energy costs as some of the subsidy goes back to their communities. Environmental thinktank, Heinrich Böll Foundation, says: “A focus on low prices is microeconomic thinking. Germans take the macroeconomic view and want to know whether that price is paid to large corporations, foreign entities, or back to their community. They are willing to pay higher prices back to the latter.” The public’s willingness to take a slice of the subsidy pie for themselves has so far been key to maintaining support for the Energiewende.”

Quote: “Buiten Europa dalen de energieprijzen, door het schaliegas waarvan wij niets willen weten, door nieuwe olievondsten en door de toegenomen aanvoer uit Irak en straks Iran.

Het klopt dat de Europese gasprijzen hoog zijn vergeleken met bijvoorbeeld de Verenigde Staten. Dit probleem zou zich echter ook zonder de Duitse Energiewende voordoen. Schaliegaswinning in Europa zal maar een beperkte invloed hebben op de gasprijs, aldus ECN. Daarnaast is olie iets anders dan gas en kolen.

Quote: “De EU is verantwoordelijk voor een tiende van de CO2 uitstoot in de wereld, China en de VS elk voor een derde. Zo is afzonderlijke Europese klimaatpolitiek in de eerste plaats domineeswerk.”

Dit is een drogreden. Klimaatbeleid is een verantwoordelijkheid van alle landen.

Quote: “Martin Sommer is politiek commentator van de Volkskrant.”

Schoenmaker , hou je voortaan bij je leest.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: