Gaswinning Groningen – wat wordt er afgesproken?

Vandaag presenteert minister Kamp van Economische Zaken zijn besluit ten aanzien van de gaswinning in Groningen. Wat houden deze afspraken precies in?

Eerst wat feiten.

Het Groningen gasveld (‘Slochteren’) werd in 1959 ontdekt en is nog steeds het grootste gasveld van West-Europa. Het volume bedroeg aanvankelijk 2.900 miljard kubieke meter en in 1963 startte de winning. Inmiddels is deze voorraad geslonken tot 824 miljard Sm3 (1 januari 2013). Nederland is een gasland en heeft 56% van alle aardgasreserves in de Europese Unie in haar bodem.

In artikel 55 lid 1 van de Gaswet staat dat de Minister tenminste eenmaal in de vijf jaar vaststelt hoeveel aardgas er de komende tien jaar ten hoogste gemiddeld per jaar mag worden gewonnen uit het Groningen gasveld. Het laatste productieplafond is vastgesteld door Minister Verhagen in 2011. Besloten werd om in de periode 2011-2020 een productie van 425 miljard m3Geq toe te staan. Daar bovenop kwam nog 20,7 miljard m3Geq die was overgebleven uit de productieruimte van de periode 2006-2010. Over de periode 2011-2020 mag dus 445,7 miljard m3 Geq aardgas naar boven worden gehaald, wat overeenkomt met 44,6 miljard m3 Geq gemiddeld per jaar.

(Let op! Er worden verschillende eenheden gebruikt.  De ‘Sm3’ is de eenheid voor een ‘standaard kubieke meter’ en heeft betrekking op de referentiecondities van 15°C en een druk van 1 atmosfeer. De ‘m3Geq’ staat voor de Gronings aardgasequivalent, uitgaande van 35,17 MJ bovenwaarde per m³ bij 0°C en 1 atmosfeer. De ‘m3Geq’ is bedoeld om aardgas met een andere energie-inhoud te kunnen vergelijken met het aardgas uit het Groningen veld.)

Het Groningen gasveld heeft een balansfunctie en vangt schommelingen in de gasvraag op, bijvoorbeeld als de gasvraag groot is door een strenge winter. Daarom is het productieplafond vastgesteld over een langere periode, zodat de productie per jaar kan variëren om deze balansfunctie te vervullen. In 2011 werd ca. 46,8 miljard m3Geq opgepompt, in 2012 ca. 47,7 miljard m3Geq en in 2013 ca. 53,8 miljard m3Geq. Dat betekent dat over de periode 2014-2020 gemiddeld 42,5 miljard m3Geq per jaar mag worden gewonnen onder de huidige afspraken.

Besluit?

Vanmiddag neemt minister Kamp waarschijnlijk een besluit over de omvang van de gaswinning in Groningen. De gaswinning moet omlaag om het aantal aardbevingen en de kracht daarvan te verminderen. De Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) ging er in het verleden vanuit dat de kans op een aardbeving met een kracht groter dan 3,9 op de schaal van Richter miniem was, maar is daarop teruggekomen. In de toekomst moet rekening worden gehouden met zwaardere aardbevingen. Op 16 augustus 2012 vond in Huizinge een aardbeving plaats met een kracht van 3,6 op de schaal van Richter. De verwachtingswaarde voor een aardbeving met een sterkte van 3,9 of hoger in de komende 12 maanden wordt door de SodM geschat op 7%.

Het is belangrijk dit besluit in bovenbeschreven context te plaatsen. De Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) adviseerde minister Kamp, uitgaande van de huidige productiesnelheid van 50 miljard m3 per jaar, een gasproductievermindering van 40% tot 30 miljard m3 per jaar. Deze significante reductie is de enige maatregel die op korte termijn genomen kan worden en waarvan het effect na 12 tot 16 maanden gemerkt kan worden, zo redeneert de SodM.

Het is nog niet duidelijk welk besluit minister Kamp neemt. Als het kabinet besluit het productieplafond voor 2014 vast te stellen op 42,5 miljard m3, dan is dat gelijk aan het gemiddelde productieplafond per jaar dat al eerder is vastgesteld. Nieuw is dan dat nu per jaar een plafond wordt vastgesteld, terwijl eerder een productieplafond over een langere periode werd afgesproken. Als daarnaast in 2016 een plafond van 40 miljard m3 wordt overeengekomen, betekent dit een reductie van het huidige productieplafond, maar welke omvang deze reductie heeft, is afhankelijk van de productieplafonds voor de jaren 2017-2020.

Kosten?

Wat kost het minder oppompen van gas uit Groningen de schatkist? Het is niet zo dat 10% minder gas naar boven halen ook 10% minder inkomsten voor de schatkist betekent.

De concessie voor de gaswinning in Groningen is in handen van de Maatschap Groningen. De staat heeft daarin een aandeel van 40% via Energiebeheer Nederland (EBN). De NAM heeft de overige 60% in handen en is feitelijk verantwoordelijk voor de productie van het aardgas. De NAM is een joint venture van Shell en ExxonMobil (50%/50%). Dit betekent dat 40% van de lasten en baten van de gaswinning in Groningen aan de Staat toekomt en 60% aan de NAM. De NAM mag deze 60% echter niet helemaal zelf houden, maar moet ‘basisafdrachten’ betalen (Staatsaandeel, Aanvullende betaling en Vennootschapsbelasting). Deze basisafdrachten zijn cumulatief 47% van de 60% die aan de NAM toekomt. Per saldo ontvangt de Staat dus 68,2% van de winst van de gaswinning in Groningen.

Daarnaast is een Meeropbrengstenregeling (MOR) overeengekomen, waarin is afgesproken dat bij meeropbrengsten het aandeel voor de staat oploopt naar 85% tot 95%. Bij een hoge gasprijs gaat dus een groter deel van de winst naar de schatkist.

Wat de exacte relatie is tussen een bepaalde reductie van de productie en derving van inkomsten voor de Staat is dus niet gemakkelijk te bepalen. Daarvoor is een ingewikkelde berekening nodig.

NB. Ik zal deze blog aanpassen zodra het besluit bekend is gemaakt.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: