The ROAD to nowhere

Vorige maand schreef de gemeente Rotterdam een boze brief aan energiebedrijven Eon en GDF Suez met daarin een ultimatum. Vóór 1 februari moest een investeringsbesluit genomen zijn over het project voor CO2-opslag (ROAD) in de Rotterdamse haven. Zo niet, dan zal “uw reputatie in onze stad en provincie ernstig worden beschadigd, zodanig dat onze steun voor uw activiteiten in Rotterdam niet langer zelf-evident zijn”, zo klonk het dreigend.

Het ultimatum is inmiddels verlopen en directe actie van D66-wethouder Van Huffelen bleef uit. Aan de Rotterdamse raad schreef zij dat beide bedrijven hebben aangegeven er alles aan te willen doen om het project te realiseren. Op 11 februari wordt in Brussel gesproken over het project, waar Nederland, de ROAD-partijen en andere lidstaten vertegenwoordigd zullen zijn. Van Huffelen wil dit proces een kans geven en wacht daarom met actie tot na 11 februari. Het stellen van een ultimatum begint overigens een traditie te worden: eind 2012 stelde de gemeente beide bedrijven ook al een ultimatum, toen op 5 december. Wanneer kunnen we het volgende ultimatum verwachten?

Dit hoofdpijndossier is al zeven jaar oud. In 2007 besloot de gemeenteraad van Rotterdam om in te stemmen met de bouw van twee nieuwe kolencentrales op de Maasvlakte. Minister Brinkhorst (D66) had immers op de bouw van nieuwe kolencentrales aangedrongen. Daarbij stelde de gemeente als voorwaarde dat beide kolencentrales ‘capture ready’ waren en ook daadwerkelijk gestart werd met een pilot voor de opvang en opslag van CO2 (‘Carbon Capture and Storage’, ‘CCS’). Beide bedrijven schreven in een brief hun goede intenties op en de gemeente ging akkoord, in de overtuiging dat de zaak daarmee beklonken was. Wethouder Van Huffelen (D66) ging er vanuit dat de CCS-installatie in 2015 in werking zou zijn.

Het investeringsbesluit van beide bedrijven liet echter op zich wachten en het geduld van de gemeente raakte op. Inmiddels was duidelijk geworden dat de warme woorden voor CCS van Eon en GDF Suez niet betekende dat beide bedrijven ook direct en zonder aarzelen zouden tekenen bij het kruisje. De gemeente kwam er beteuterd achter dat van een harde overeenkomst geen sprake was. Intussen was het Rotterdamse klimaatprogramma opgetuigd –het ‘Rotterdam Climate Initiative’ met een doelstelling van 50% CO2-reductie in 2025!– met daarin een hoofdrol voor CCS. Valt deze pijler om, dan valt ook de doelstelling van de gemeente in duigen.

Beide energiebedrijven lijken zich weinig zorgen te maken over het geblaf van de gemeente. Ondanks een flinke subsidie van de Europese Unie en het Rijk voor de CCS-pilot, komen ze nog 100 miljoen euro tekort. Zolang dat gat niet is gedicht, komt er geen CCS-project. De lage CO2-prijs is de oorzaak van het financieringsgat, want zonder een fatsoenlijke prijs voor CO2 is opvang, transport en opslag van CO2 onder de bodem van de Noordzee niet rendabel te krijgen.

Inmiddels heeft het Het Financieele Dagblad de hand weten te leggen op een vertrouwelijke brief van Eon en GDF Suez aan de gemeente Rotterdam, half december verstuurd. Uit deze brief blijkt dat de bedrijven helemaal niet zoveel zin hebben in het CCS-project. Ze schrijven dat ze bang zijn voor reputatieschade als er zoveel gemeenschapsgeld aan een onrendabel CCS-project wordt besteed. De woordvoerder van Eon bevestigde dat: “In die brief hebben wij als moederbedrijven namens Road onze zorg geuit. Er bestond in december de mogelijkheid dat we straks die hele CCS-fabriek voor een groot deel met gemeenschapsgeld gaan bouwen, maar dat die helemaal niet gaat draaien.” Daarnaast wijzen de bedrijven er fijntjes op dat nog niet alle vergunningen binnen zijn. Er zijn immers nog steeds problemen met de Natuurbeschermingswetvergunning. Dat klinkt allemaal niet alsof de bedrijven ‘er alles aan willen doen om het project te realiseren’.

De hele gang van zaken maakt twee dingen duidelijk: de gemeente is niet in control en het CCS-project is een Europese kwestie, waar de gemeente maar weinig vat op heeft. ROAD is niet zozeer een Rotterdams project in het kader van het Rotterdamse klimaatprogramma, maar is een Europees pilotproject. De energiebedrijven kunnen er daarnaast weinig aan doen dat de CO2-prijs zo laag is. Ook dat is immers een Europese kwestie. Wethouder Van Huffelen lijkt te denken dat beide energiebedrijven charitatieve instellingen zijn die op afroep 100 miljoen euro kunnen bijpassen. Ze lijkt geen oog te hebben voor het feit dat beide bedrijven in zwaar weer zitten en dat bedrag niet in hun achterzak hebben zitten. Nog niet zolang geleden maakte Eon bekend van plan te zijn 11.000 banen te schrappen. Reputatieschade is niet eens zo’n raar argument.

Blaffende honden bijten niet, zo luidt het gezegde. Dit lijkt ook op te gaan voor de gemeente Rotterdam. Belangrijker dan het ontbreken van een stok om te slaan, is dat het dreigen van de gemeente wel eens contraproductief zou kunnen zijn. Wat de gemeente over het hoofd ziet, is: wil de Rotterdamse haven ook in de toekomst levensvatbaar zijn, dan moet zij nu fors inzetten op de omschakeling naar een ‘biobased economy’. Juist een bedrijf als Eon kan daarbij een belangrijke rol spelen. Afgelopen najaar is Eon met het Havenbedrijf en een aantal andere partijen een samenwerkingsverband aangegaan om een ‘plug & play-gebied’ te creëren van 80 hectare op Maasvlakte 2 waarop innovatieve biobased (chemie)bedrijven zich kunnen vestigen. Het samenwerkingsverband gaat de basisinfrastructuur van nutsvoorzieningen (energie, afval, proceswater, etc.) aanleggen, zodat biobased bedrijven dat niet zelf hoeven te doen en dit biobased cluster een aantrekkelijke vestigingsplaats voor bedrijven wordt. Dit project is een belangrijke stap in de plannen om van de Rotterdamse haven een ‘Bio Port’ te maken.

Natuurlijk hebben Eon en GDF Suez geen mooie rol gespeeld. Maar in deze kwestie loopt de gemeente vooral tegen haar eigen probleem aan, namelijk dat het Rotterdamse klimaatprogramma op de verkeerde pijlers is gestoeld. De haalbaarheid van CCS wordt vooral bepaald door parameters waarop de gemeente geen invloed heeft. De gemeente zou zich daarentegen volop op de biobased economy moeten storten. De ambitie zou moeten zijn om beide energiebedrijven de komende jaren 100 miljoen euro te laten investeren in de Rotterdamse biobased economy, liever dan in een CCS-project dat nu (nog) niet rendabel is. Ook energiebedrijven kunnen hun geld maar één keer uitgeven.

De gemeente moet stoppen met dreigen – de gemeente laat zich toch niet lenen voor de campagne van D66? – en eindelijk eens aan de slag gaan met een ambitieus en gedegen energie- en klimaatprogramma. Daar hoort een visie op de Rotterdamse haven als biobased economy bij. Ook moet zij zich richten op energiebesparing in woningen, een goede luchtkwaliteit en groene wijken. Het zou goed zijn als het ROAD-project doorging, maar het klimaatprogramma van Rotterdam mag daar niet van afhangen.

(Een verkorte versie van dit artikel is ook op de website Vers Beton gepubliceerd.)

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: