Hoe stadswarmte gesubsidieerd wordt

In een groot aantal gemeenten worden nieuwe en bestaande woningen aangesloten op stadswarmte. Stadswarmte is meestal restwarmte uit een afvalverbrandingsinstallatie of een elektriciteitscentrale. Omdat deze warmte anders geloosd zou worden, wordt de uitkoppeling en levering van restwarmte aan woningen en gebouwen als duurzaam beschouwd. Over nut en noodzaak van stadswarmte wordt veel gediscussieerd. In dit artikel licht ik één aspect eruit: de indirecte subsidie van stadswarmte.

Een belangrijk verschil tussen het leveren van stadswarmte en het leveren van elektriciteit of gas is dat er voor de levering van stadswarmte geen sprake is van een vrije leverancierskeuze. Heb je eenmaal stadswarmte, dan kom je daar niet meer vanaf. Ook kun je niet wisselen van warmteleverancier. Dat is begrijpelijk, omdat er grote investeringen moeten worden gedaan in het aanleggen van de warmtetransportleidingen en deze investeringen moeten worden terugverdiend. Omdat hier geen sprake is van een vrije leverancierskeuze, worden de tarieven gereguleerd door de ACM op basis van de Warmtewet.

Elk jaar wordt er een maximumtarief vastgesteld voor de levering van warmte. Het Niet-Meer-Dan-Anders principe (NMDA-principe) is daarbij leidend. “Dit principe houdt in dat de maximumprijs bij warmtelevering niet hoger mag zijn dan de kosten die de verbruiker zou moeten maken voor het verkrijgen van dezelfde hoeveelheid warmte bij het gebruik van gas als energiebron”, zo schrijft de ACM in het Warmtebesluit 2014. De berekening van het vaste en variabele tarief voor de levering van warmte wordt dus gebaseerd op de vaste en variabele kosten van warmteopwekking met aardgas, zoals de kosten voor het verbruik van aardgas, de aanschafwaarde en onderhoudskosten van de cv-ketel, de aanschafwaarde en onderhoudskosten van de warmtewisselaar, de meerkosten van elektrisch koken en kapitaallasten.

Een belangrijk aspect dat vaak over het hoofd wordt gezien, is dat over de levering van aardgas energiebelasting moet worden betaald, maar over stadswarmte niet. Voor een m3 aardgas betaalt een huishouden totaal zo’n 55 cent per m3 (excl. BTW). Daarvan is zo’n 19 cent per m3 energiebelasting en ‘opslag duurzame energie’, die naar de schatkist vloeien. Het warmtetarief is gebaseerd op deze 55 cent per m3 inclusief energiebelasting, maar het warmtetarief gaat in z’n geheel naar de warmteleveranciers. Er vindt geen afdracht van energiebelasting over stadswarmte plaats. De producent van de stadswarmte moet in sommige situaties een beetje energiebelasting betalen over de energie die wordt ingekocht, maar dat is een fractie van wat er bij huishoudens in rekening wordt gebracht. We kunnen dus stellen dat warmtelevering fiscaal gesubsidieerd wordt doordat er geen energiebelasting hoeft te worden betaald over warmtelevering. Daar komt nog bij dat de uitbreiding van de warmtelevering in AVI’s aanspraak mogen maken op de SDE+.

Het voorgaande is slechts een constatering, geen waardeoordeel. Subsidies kunnen immers gerechtvaardigd zijn. Over stadswarmte zou je kunnen zeggen, dat het een duurzame manier van restwarmtebenutting is en het daarom deze steun verdient. Maar dan moet wel heel helder zijn dat er sprake is van (indirecte) subsidie. Dat blijft nu vaak onderbelicht. Ik zou nog een stap verder willen zetten. Voor elke subsidie geldt immers dat het Rijk moet nagaan of deze kostenefficiënt wordt besteed en of er wellicht meer kostenefficiënte alternatieven zijn. Concreet zou het Rijk en gemeenten moeten nadenken over de vraag of de maatschappelijke baten van stadswarmte opwegen tegen de maatschappelijke kosten en of er geen betere alternatieven zijn. Goede isolatie kan de warmtevraag in een woning zeer fors reduceren en ook dat is duurzaam. Wellicht zelfs duurzamer? Daarnaast staan de overheid meer instrumenten ter beschikking dan het verlenen van subsidie. Het Rijk zou immers ook een verbod op restwarmtelozing kunnen opleggen. Wat zijn daarvan de maatschappelijke kosten en baten?

De levering van stadswarmte wordt fors door het Rijk gesubsidieerd, maar of dat terecht is, is voor mij nog een vraag.

PS. Er valt nog veel meer over de (on)wenselijkheid van stadswarmte te schrijven. Dat bewaar ik voor een andere keer.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: