Waarom groeide de CO2-uitstoot in Denemarken en Duitsland?

Eurostat, het statistische bureau van de Europese Unie, publiceerde onlangs haar nieuwe cijfers met de CO2-uitstoot van de 28 EU-landen (bron). In 2013 is de gezamenlijke CO2-uitstoot van deze 28 lidstaten met 2,5% gedaald ten opzichte van 2012. Opvallend is dat in de cijfers van Eurostat de uitstoot van de twee ‘groene’ koplopers van Europa, Denemarken en Duitsland, zijn gestegen. Hoe zit dat?

Zoals Eurostat zelf al aangeeft, worden de emissiecijfers beïnvloed door allerlei factoren, zoals weersomstandigheden (koude of warme winter, windrijk of windarm jaar, etc.), de staat van de economie, bevolkingsomvang, transport en industriële activiteiten. De opwekking van duurzame energie en energiebesparing zorgen voor een lagere CO2-uitstoot. Bij dit soort cijfers is het belangrijk naar de onderliggende rekenmethodiek te kijken om te voorkomen dat er onjuiste conclusies of vergelijkingen worden getrokken. Zo kiest Eurostat ervoor om bij import en export van energie de CO2-uitstoot toe te rekenen aan de lidstaten waar de fossiele brandstoffen worden ingezet. De import van elektriciteit uit bruinkoolcentrales uit Duitsland leidt dus niet tot een extra CO2-uitstoot in Nederland. Integendeel, als Nederland meer kolenstroom uit Duitsland importeert dan het jaar daarvoor en kolencentrales in Nederland daardoor vaker stilstaan, betekent dit voor Nederland een daling van de CO2-uitstoot. Dit is dus een andere rekenmethodiek dan die wordt gehanteerd voor het berekenen van de voortgang van de CO2-reductie in het kader van de Europese doelstelling voor CO2-reductie in 2020. In de laatste methodiek wordt immers rekening gehouden met het Europese emissiehandelssysteem en de gezamenlijke elektriciteitsmarkt.

Denemarken

Laten we eerst kijken naar Denemarken. In 2013 was de CO2-reductie ten opzichte van het jaar daarvoor volgens Eurostat +6,8%. In 2012 was deze echter -9,4% (bron). Het Deense Energie Agentschap schrijft in een reactie op deze cijfers (bron), dat de toename van de gerapporteerde CO2-uitstoot in 2013 moet worden toegeschreven aan het feit dat Denemarken in dat jaar fors minder elektriciteit importeerde uit naburige landen, terwijl in 2012 de import hoog was. Deense kolencentrales gebruikten in 2013 daardoor 26% meer kolen dan in 2012 met een forse toename van de nationale CO2-uitstoot als gevolg.

Het Deense Energie Agentschap legt uit dat de import en export van elektriciteit sterk fluctueren. Als het in Noorwegen en Zweden weinig regent, daalt de productie van stroom uit waterkrachtcentrales en stijgt de prijs van elektriciteit op de Scandinavische elektriciteitsmarkt, waardoor Deense kolencentrales meer elektriciteit gaan produceren. En vice versa. Wanneer er gecorrigeerd wordt voor deze effecten van import/export en voor koude/warme jaren, dan daalde de CO2-uitstoot in Denemarken in 2013 met 3,5% en 31% sinds 1990, aldus het Deense Energie Agentschap.

Duitsland

Hoe zit dat in Duitsland? In Duitsland steeg volgens Eurostat de CO2-uitstoot in 2013 met 2,0% gestegen en in 2012 met 0,9%. Toont dit het failliet van de Energiewende aan, zoals sommigen graag beweren? De voorgaande discussie maakt duidelijk, dat je voorzichtig met deze cijfers moet omspringen en ze in een bredere context moet plaatsen. Allereerst is het van belang te kijken naar de export van elektriciteit door Duitsland. In 2013 exporteerde Duitsland een record aan elektriciteit: 32,3 TWh (bron). Het grootste deel daarvan gaat naar Nederland.

De sterke groei van hernieuwbare elektriciteit in Duitsland vult allereerst het gat aan dat door het uitfaseren van kerncentrales is ontstaan. Daarnaast verdringt duurzame elektriciteit vooral elektriciteit uit gascentrales. Kolenstroom is goedkoper geworden door goedkopere kolen vanwege de schaliegasrevolutie in de VS en de (extreem) lage prijs van emissierechten binnen het Europese Emissiehandelssysteem. Zou de prijs van emissierechten op een hoger niveau liggen, dan zou het prijsverschil tussen stroom uit kolen en gas afnemen, waardoor er ook een verschuiving in productie verwacht mag worden, met een lagere CO2-uitstoot als gevolg.

Wanneer de eerste vijf maanden van 2014 worden vergeleken met de eerste vijf maanden van 2013, dan zien we dat de productie van elektriciteit uit wind, zon en biomassa in Duitsland opnieuw fors is toegenomen. Tegelijkertijd zien we een productieafname van -4,1% van stroom uit bruinkool, -13,3% voor steenkool en -25,4% voor gas. Wind, zon en biogas zijn met +27,0%, +34,8% respectievelijk +8,2% toegenomen. Of de Energiewende een succes is (betaalbaar?), vraagt om een afzonderlijke blog, maar deze cijfers zijn indrukwekkend. Over een langere periode bekeken, is de CO2-uitstoot van Duitsland sinds 1990 fors gedaald (-20% over 1990-2013), hoewel de laatste twee jaar een beperkte groei van de uitstoot zichtbaar is. Daarbij moet meegerekend dat Duitsland de laatste jaren fors meer elektriciteit is gaan exporteren naar andere lidstaten.

Nederland

Nederland importeerde in 2013 33 TWh en exporteerde 15 TWh aan elektriciteit. Het grootste deel van de import komt uit Duitsland: 18,3 TWh werd er netto aan elektriciteit geïmporteerd (bron). Nederland leunt relatief zwaarder op gascentrales dan andere landen, maar door de hoge gasprijs, de lage kolenprijs en de lage CO2-prijs kunnen deze gascentrales niet goed concurreren met kolencentrales. De kolenbelasting in Nederland zorgde daar bovenop voor dat Nederlandse kolencentrales minder concurrerend waren in vergelijkbaar met kolencentrales in omringende landen.

Europese aanpak

Je kunt lidstaten niet goed in afzondering vergelijken op basis van de methodiek van Eurostat. Er is sprake van een koppeling van elektriciteitsmarkten, waardoor een hogere elektriciteitsproductie in het ene land zorgt voor minder productie in het andere. De export van kolenstroom uit Duitsland zorgt in de statistieken van Eurostat niet voor een ‘export van CO2-uitstoot’. Dit kan dus betekenen dat in de statistieken van Eurostat een lagere CO2-uitstoot in het ene land veroorzaakt wordt door een hogere import van ‘vieze’ stroom uit het andere land, met als gevolg een hogere CO2-uitstoot in dat andere land. De uitstoot van CO2 door de elektriciteitsmarkt valt binnen het Europese Emissiehandelssysteem en moet ook op die manier – Europees dus – bekeken worden.

Overigens (om het nog ingewikkelder te maken) geldt bovenstaande redenering ook voor duurzame energie. Elektriciteit uit windenergie en zonne-energie wordt immers ook geëxporteerd. Beter geformuleerd: bij de import en export van elektriciteit kun je meestal niet precies zeggen wat voor ‘soort’ elektriciteit het is. Alle elektriciteit komt op de ‘grote hoop’ en vormt een bepaalde elektriciteitsmix. De combinatie van vraag en aanbod bepaalt de prijs. Op een winderige weekenddag kan het aanbod windstroom in Duitsland zodanig zijn, dat de marktprijs van elektriciteit richting de nul (of zelfs daaronder) gaat, met als gevolg dat de export van elektriciteit vanuit Duitsland naar naburige landen toeneemt. Het Duitse elektriciteitsaanbod bestaat op zo’n moment voor een groot deel uit windstroom, maar niet uitsluitend.

Europese Energie Unie

Wat het bovenstaande vooral duidelijk maakt, is dat we een sterker Europees energie- en klimaatbeleid nodig hebben. In Duitsland en andere EU-lidstaten verdringt de toegenomen productie van duurzame elektriciteit vooral de gascentrales, terwijl we liever zien dat kolencentrales minder produceren. In Duitsland is er nog geen oplossing gevonden voor dit probleem. Zo’n oplossing kan alleen in Europees verband worden bedacht en geïmplementeerd.

In de afgelopen weken is van verschillende kanten gepleit voor een Europese Energie Unie. Na de verkiezingen van het Europees Parlement zijn (sommige) politici weer een stuk terughoudender geworden met hun aanvankelijk enthousiaste pleidooi voor dit idee. Lidstaten willen graag de touwtjes van het energiebeleid in handen houden. Maar juist voor een thema als energie en klimaat is de EU het meest geschikte niveau. (Ook dat is subsidiariteit.)

Een Europese Energie Unie betekent wat mij betreft: het effectiever maken van het Europees Emissiehandelssysteem, het harmoniseren en gelijktrekken van stimuleringskaders en -regelingen voor hernieuwbare energie, nog verdere integratie van de energiemarkt (qua wetgeving en infrastructuur) en een kosteneffectieve uitrol van duurzame energie met oog voor werkgelegenheid en innovatie. Een benadering waarin een kopgroep van lidstaten op energie- en klimaatgebied voorop loopt, zou mijns inziens een goed idee zijn. Polen mag niet het tempo in EU bepalen en tegelijkertijd mogen de meer welvarende landen in de EU best een stapje harder lopen. (Ook dat is solidariteit.) De EU is in 1951 begonnen met een Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal. Het is hoog tijd voor een Europese Gemeenschap voor Hernieuwbare Energie en Grondstoffen.

 

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: