Uitspraak CBB bommetje onder stadswarmte?

Op 22 april 2014 deed het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) uitspraak in een zaak die door VEMW ingesteld was tegen de Staat over de gasaansluitplicht in warmtegebieden. Deze uitspraak lijkt mij nogal wat gevolgen te hebben, hoewel daarover nog weinig geschreven is. Legt deze uitspraak een bommetje onder stadswarmte?

Nu ben ik geen jurist en ik heb op dat gebied ook geen aspiraties. Ik schrijf dit dus met een grote slag om de arm: ik kan het mis hebben. In dat geval laat ik me graag corrigeren.

Wat is het geval? In de Gaswet is geregeld dat netbeheerders een aansluitplicht hebben. (Artikel 10, zesde lid, onder a: de netbeheerder heeft als taak “een ieder die verzoekt om een aansluiting die een doorlaatwaarde heeft van ten hoogste 40 m3(n) per uur te voorzien van deze aansluiting”.) Concreet betekent dit dat als je als woningeigenaar een aansluiting op het gasnet wilt, de netbeheerder deze moet aanleggen. De tarieven die daarvoor in rekening mogen worden gebracht, zijn gereguleerd door de overheid.

Deze aansluitplicht gold echter niet overal. Zogenaamde ‘warmtegebieden’ – gebieden waar stadswarmte wordt geleverd – kunnen worden uitgezonderd van deze aansluitplicht. (Artikel 12b, eerste lid, onder f: “… waarbij bepaalde gebieden kunnen worden uitgezonderd indien zich in dat gebied een warmtenet als bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van de Warmtewet bevindt of gaat bevinden…”) Dat betekende dat netbeheerders niet verplicht waren om een gasaansluiting aan te leggen bij woningen en gebouwen in deze warmtegebieden.

Tot 22 april. Want toen oordeelde de rechter (CBB) dat de ACM haar huiswerk niet goed heeft gedaan. De ACM heeft op basis van de Gaswet en aan de hand van een voorstel van de netbeheerders een Gebiedsindeling vastgesteld. In deze Gebiedsindeling (artikel 1.1.3) staat echter dat de daarin aangegeven grenzen slechts globale aanduidingen zijn. Het CBB oordeelde dat de ACM heeft nagelaten een precieze aanduiding te geven, terwijl dat haar opdracht was, en zij deze ten onrechte heeft gedelegeerd aan de netbeheerders.

VEMW bracht tevens in, dat het onduidelijk is wat precies onder een ‘warmtegebied’ moet worden verstaan, zoals beschreven in artikel 4.2 van de Gebiedsindeling. De Warmtewet geeft immers geen duidelijke definitie. Het is de taak van de ACM hier helderheid over te verschaffen, niet van de netbeheerders. Het CBB gaf VEMW gelijk en oordeelde dat de ACM ook op dit punt heeft nagelaten een goede afweging van betrokken belangen te maken en zich onvoldoende rekenschap heeft gegeven van de consequenties die een gebiedsaanduiding betekent voor (toekomstige) afnemers. De rechter vernietigde daarom het besluit ‘voor zover dit strekt tot vaststelling van de artikelen 1.1.3 en 4.2, onderdeel a, van de Gebiedsindeling’.

Wat betekent deze uitspraak concreet? Deze uitspraak betekent dat sinds 22 april jongstleden de aansluitplicht ook in de zogenaamde warmtegebieden geldt en een netbeheerder verplicht is een gasaansluiting te realiseren als een kleinverbruiker daarom vraagt, ongeacht of hij ook een aansluiting op de stadsverwarming heeft.

Woningen met stadsverwarming konden tot voor kort maar moeilijk van de stadsverwarming afkomen, omdat er voor netbeheerders geen aansluitplicht was. Deze uitspraak betekent dat een woning daar nu wel vanaf kan, mits de eigenaar bereid is te investeren in een gasaansluiting en een aanpassing van de installatie in de woning.

Advertenties

Reacties zijn gesloten.

%d bloggers liken dit: