Martin Sommer slaat de plank weer mis

Zaterdag was het weer zover: columnist Martin Sommer liet zijn ongenoegen over windenergie en het energieakkoord de vrije loop. Het staat Sommer vrij zijn afkeer van windenergie tot vermoeiens toe te etaleren, maar argumentatie blijkt niet zijn sterkste kant te zijn.

Dat Martin Sommer een hekel heeft aan windmolens is inmiddels genoegzaam bekend. Dat hij het energieakkoord graag naar de prullenbak ziet verdwijnen ook. Wat Sommer echter steeds weer verzuimt, is een heldere argumentatie te geven en zijn visie te onderbouwen met harde gegevens. Daardoor krijgt zijn niet aflatende gevecht tegen windmolens het karakter van een hetze. Voor de helderheid: kritiek op het energieakkoord is prima en niemand wordt gedwongen windturbines mooi te vinden. Maar als columnist van de Volkskrant ben je het aan je stand verplicht meer te doen dan het napraten van een aantal klimaatsceptische websites. Wat je beweert, moet je kunnen onderbouwen. Daarin faalt Sommer.

In zijn column ‘Het Energieakkoord is dood’ gaat het weer mis. Het belangrijkste punt dat Sommer lijkt te willen maken is dat goedkope elektriciteit de doodsteek is voor het energieakkoord. Op een zonnige en winderige dag produceren windturbines en zonnepanelen inmiddels al zoveel schone elektriciteit dat daardoor de prijs van deze elektriciteit naar nul gaat. “Maar als de elektriciteitsprijs instort, wordt windenergie duurder en kloppen de sommen van het Energieakkoord niet meer”, aldus Sommer. Windenergie wordt uiteraard niet duurder, maar Sommer bedoelt waarschijnlijk dat er meer subsidie moet worden uitgekeerd omdat het verschil tussen kostprijs en opbrengst groter wordt. Wie dergelijke beweringen doet, zou op z’n minst het instituut dat deze sommen heeft gemaakt (ECN), moeten raadplegen. Sommer weet het antwoord blijkbaar al: het energieakkoord is ten dode opgeschreven.

Sommer geeft blijk weinig te begrijpen van de systematiek van de subsidiëring van duurzame energie in Nederland. De 18 miljard euro waarover Sommer schrijft, betreft alle geprognosticeerde uitgaven door het Rijk aan SDE+-subsidie over een periode van meer dan vijftien jaar. Het betreft het verplichtingenbudget voor subsidiebeschikkingen die in de periode 2015-2019 worden aangegaan om 3.450 MW aan windenergie op zee in 2023 draaiend te hebben. De kasuitgaven voor deze aangegane subsidies lopen tot 2038 en bedragen gemiddeld zo’n 900 miljoen euro per jaar. Had Sommer zijn eigen Volkskrant gelezen, dan had hij gezien dat ECN verwacht dat de 18 miljard euro eerder op 9 miljard euro uitkomt. Verderop schrijft Sommer dat het Rijk 3 miljard euro per jaar wil toeleggen op windenergie op zee. Dat getal klopt niet: Sommer verwart waarschijnlijk de 3 miljard euro met de 3,5 miljard euro die dit jaar als maximaal budget beschikbaar is voor de subsidiëring van duurzame energie gedurende een periode van 15 jaar.

Niemand zal ontkennen dat een lagere elektriciteitsprijs betekent dat er meer subsidie moet worden uitgekeerd. Dat is inherent aan de gekozen subsidiesystematiek. Het vreemde is dat Sommer hiervan het energieakkoord de schuld geeft. Deze subsidiesystematiek (SDE+) dateert echter al van vóór het Energieakkoord en het effect dat Sommer beschrijft, geldt voor alle technologieën. Wat nieuw is aan het Energieakkoord is dat er stevig wordt ingezet op windenergie op zee. Wat Sommer echter vergeet is dat het Energieakkoord een kostenbesparing is ten opzichte van de afspraken die in het regeerakkoord zijn gemaakt. De lasten voor burgers en bedrijven stijgen minder hard door het energieakkoord. Sommer versmalt het energieakkoord daarnaast tot een akkoord over windenergie. Het energieakkoord gaat over veel meer dan de stimulering van windenergie op zee. Weet Sommer trouwens dat windturbines op land één van de goedkoopste vormen van duurzame elektriciteitsopwekking zijn?

De lage elektriciteitsprijs is inderdaad deels een gevolg van meer windmolens en zonnepanelen, vooral in Duitsland. Het klopt dat gascentrales in Nederland last hebben van goedkope (Duitse) elektriciteit. Sommer verzuimt zijn lezers echter inzicht te geven welke invloed wind- en zonnestroom op dit moment op de jaargemiddelde elektriciteitsprijs heeft. Dat is veel relevantere informatie dan de elektriciteitsprijs gedurende een paar uren op een bepaalde dag. In de subsidiesystematiek wordt overigens ook rekening gehouden met deze zogenaamde ‘profielkosten’. Sommer lijkt daarvan niet op de hoogte, evenmin als van de basiselektriciteitsprijs die een garantie is voor de overheid tegen te hoog oplopende subsidie-uitgaven. Sommer verzuimt ook te melden dat industriële grootverbruikers in Nederland de lage elektriciteitsprijzen maar wat fijn vinden.

Dan de lage olieprijs. Volgens Sommer is energie helemaal niet schaars meer en dat blijkt maar uit de sterk gedaalde olieprijs. Hoe Sommer dit aan de elektriciteitsprijs in West-Europa verbindt, is onduidelijk. De belangrijkste factor voor de elektriciteitsprijs is immers niet de olieprijs, maar de prijs van kolen. Omdat de subsidies voor duurzame energie over een periode van vijftien jaar worden uitgekeerd, is het zaak naar de verwachte elektriciteitsprijs over deze hele periode te kijken. Dat doet Sommer niet.

Sommer verwijst naar The Economist, waarin gesuggereerd wordt om, vanwege de lage olieprijs, alle subsidies op energie nog eens tegen het licht te houden. Sommer spant hier The Economist voor z’n eigen anti-windenergie-karretje. The Economist heeft het namelijk expliciet over subsidies op fossiele energie. Om The Economist te citeren: “Especially in non-democratic states, subsidies are seen as crucial to maintaining social stability. But as energy prices rose during the 2000s, so did the cost of the handouts. The value of fossil-fuel subsidies around the world increased by 60% from 2007 to 2013, eventually reaching $550 billion, according to the International Energy Agency. In many countries, they overshadow spending on health care or education.”

Uiteraard komt Sommer met de studies van het CPB over windenergie op de proppen. Dat is zijn goed recht, maar dan behoor je toch tenminste te vermelden dat de methode van het CPB niet onomstreden is en dat er ook een onderzoek van SEO ligt dat aangeeft dat windparken op een zee een goede investering zijn en Nederland ergens tussen de 1,2 en 12,3 miljard euro opleveren. Helemaal bont maakt Sommer het als hij over de extra kosten voor huishoudens schrijft: “Een bedrag van 500 euro extra per jaar per gezin doet de ronde.” Dit is werkelijk een slag in de lucht en een journalist onwaardig. Schrijft Sommer echt zijn columns op basis van informatie die ‘de ronde doet’? Pijnlijk en veelzeggend is zijn opmerking dat er voor 10.450 mW aan windenergie moet worden bijgebouwd. Een MW is wat anders dan een mW, daar zit een factor van een miljard verschil tussen…

Tot slot spreekt Sommer zichzelf tegen. Hij schrijft dat het energieakkoord dood is en tegelijkertijd suggereert hij dat er geen ‘kerels’ in de Tweede Kamer zitten die minister Kamp tot de orde roepen. Dat laatste zegt vooral dat Sommer de talloze debatten in de Tweede Kamer over het energieakkoord en duurzame energie niet gevolgd heeft. Maar als het energieakkoord toch al dood is en de ambities niet meer haalbaar zijn, waar maakt Sommer zich dan nog druk over?

Niemand met ook maar een beetje verstand van duurzame energie zal ontkennen dat duurzame energie niet gratis is en er kosten moeten worden gemaakt om deze in te passen in het huidige elektriciteitssysteem. In de hele wereld wordt de overstap van fossiele energie naar duurzame energie gemaakt. China, Amerika, Duitsland, Engeland, Denemarken: zij investeren alle stevig in windenergie en zonne-energie. Deze duurzame energietransitie is niet gratis en niet eenvoudig. Hoe gaan we alle duurzame energie inpassen? Hoeveel conventionele centrales hebben we als back-up nodig en hoe financieren we dat? Hoeveel elektriciteitsopslag is nodig? Kunnen we elektriciteit omzetten naar gas of naar warmte? Hoe houden we energie betaalbaar en beschikbaar? We staan nog maar aan het begin van die zoektocht, maar we zien veel veelbelovende ontwikkelingen. Kijk bijvoorbeeld naar de kostprijsontwikkeling van zonne-energie, windenergie, elektriciteitsopslag en elektrische auto’s.

Waarom een duurzame energietransitie? Niemand met ook maar een beetje verstand van klimaatverandering zal ontkennen dat vervuiling door fossiele energieproductie ook een prijs heeft. Wanneer we op de uitstoot van CO2 een prijs zouden leggen van 50 euro per ton (daar rekent het grootste oliebedrijf ter wereld mee!), dan zouden windturbines op land nu al goedkoper zijn dat stroom uit een kolencentrale. Duurzame energie heeft een prijs, maar vervuiling en klimaatverandering ook. Subsidies kunnen ook een vorm van correctie van marktfalen zijn. Zoals Sir Nicholas Stern ooit zei: “Climate change is a result of the greatest market failure that the world has seen.” Daarnaast levert de productie van duurzame energie veel meer banen op dan de winning van fossiele energie.

Er is goede kritiek mogelijk op het energieakkoord. Bijvoorbeeld dat de polder niet moet regeren, maar het kabinet. Of dat het geen politiek akkoord is. Of dat er teveel focus ligt op duurzame elektriciteit en te weinig op energiebesparing en duurzame warmte. Of dat de afspraken niet hard genoeg zijn. Of dat de industrie teveel ontzien wordt. Dat is allemaal legitieme kritiek, die overigens ook te bespeuren is bij de organisaties die het akkoord hebben ondertekend. Maar wat Sommer doet, is zijn eigen stokpaardjes berijden. Hij checkt geen cijfers. Hij legt verbanden die er niet zijn. Hij insinueert en gebruikt roddelpraat als bron. Hij blijkt ook niet goed op de hoogte van de (complexe) subsidiesystematiek. Sommer heeft niet veel op met windenergie en laat geen moment voorbij gaan om dat te etaleren. De argumenten doen er eigenlijk niet zoveel toe.

Niet zo lang geleden publiceerde de Volkskrant een opinieartikel van een chemicus die allerlei onwaarheden over klimaatverandering schreef. Zelfs de wetenschapsredactie van de Volkskrant zelf reageerde verontwaardigd. De ombudsvrouw van de Volkskrant schreef in reactie op de commotie daarover: “Ook van de Volkskrant mag verwacht worden dat zij zo’n belangrijke discussie op kwalitatief hoogwaardig niveau begeleidt. Alle meningen zijn welkom, mits de feitelijke argumentatie klopt.” Dit criterium zou ook voor de columns van Martin Sommer moeten gelden: zijn mening is welkom, mits zijn feitelijke argumentatie klopt. Maar aan dat laatste schort het vaak.

Lees ook:

https://jaspervis.wordpress.com/2015/02/21/welke-energiebron-wil-martin-sommer-dan-wel

https://jaspervis.wordpress.com/2015/01/11/nieuwsuur-sloeg-de-plank-mis-over-windenergie-samenvatting

https://henribontenbal.wordpress.com/2014/02/20/3-000-banen-minder-door-windmolens-op-zee

https://henribontenbal.wordpress.com/2013/12/10/reactie-op-vk-artikel-martin-sommer

Advertenties

One Response to Martin Sommer slaat de plank weer mis

  1. Pingback: Welke energiebron wil Martin Sommer dan wél? | Energieblog van Jasper Vis

%d bloggers liken dit: